Inhoud :

Nieuwsbrief 1 : start

Nieuwsbrief 2 : de snoepterreur

Nieuwsbrief 3 : donderdag fruitdag

Nieuwsbrief 4 : 3lokaties, 1 school

Nieuwsbrief 5 : waarden en normen

Nieuwsbrief 6 : actief deelnemen aan het schoolbeleid

Nieuwsbrief 7 : samen werken aan opvoeding

Nieuwsbrief 8 : participatie is 'in'

Nieuwsbrief 9 : een school is geen ding, een school is mensen

Nieuwsbrief 10 : onze school wordt doorgelicht

Nieuwsbrief 11 : wij gaan gokken !!!

Nieuwsbrief 12 : doorgelicht ... en goed bevonden.

Nieuwsbrief 13 : tropiscala

Nieuwsbrief 14 6: Ben ik een 'leeuw'

Nieuwsbrief 15 : vaststellingen en wensen.

 


Nieuwsbrief 15

Vaststellingen en wensen.

Het vermindert er niet op, de berichten over geweld dichtbij en veraf. We worden langzaam onverschillig voor de beelden en de nieuwsfeiten die we dagelijks te zien en te horen krijgen.
Maar dan komt er weer zo'n bericht dat niemand onberoerd kan laten: “Kleuter ontvoerd tijdens de speeltijd.”, “6 Tieners gedood door ex-klasgenoot.”, “Raket mist doel: 34 scholieren begraven onder het puin.”.

“Hoe kan men zoiets doen ?” vraagt iedereen zich af, ”Het zijn nog maar kinderen!”
“Waarom wreekt men zich op kinderen?”
“Wat hebben zij in hemelsnaam misdaan?”
Tevergeefs zoeken wij naar een antwoord.
Nauwelijks bekomen van dit treurige nieuws, horen we over inbraken en vernielingen in scholen uit onze buurt. Dit wordt een nieuwe rage binnen een maatschappij die zichzelf niet altijd meer in de hand lijkt te hebben.

Maar laten we hopen op en meewerken aan een positieve toekomst. Laten onze wensen er zijn van vrede, van geweldloze scholen, van gelukkige kinderen.

Aan iedereen die met de school begaan is, wens ik de kracht, de inspiratie en het doorzettingsvermogen om samen met het schoolteam te blijven bouwen aan een school, een tweede thuis, waar kinderen zich veilig en gelukkig voelen.

 

 

Nieuwsbrief 14

Ben ik nu echt een 'leeuw'?

Een nieuw schooljaar en dus een nieuw begin, in vernieuwde gebouwen en met alle leerlingen terug in de Heuvelstraat. Nu de infrastructuur vernieuwd is, betekent dit niet dat we nu eventjes op onze lauweren gaan rusten. Nee, we gaan er ook dit schooljaar weer tenvolle tegenaan en we gaan blijven vernieuwen.

We starten voor ieder kind met een groeirapport sociale vaardigheden, ook in de kleuterschool. In de lagere school krijgt je kind dus niet alleen een puntenrapport voor de theoretische vakken maar daarnaast worden zijn/haar sociaal emotionele vaardigheden beoordeeld.
Vroeger stond er toch ook op het rapport zoiets als ‘beleefdheid, orde en netheid' enz. We gaan terug in de tijd, om met de tijd mee te groeien. Hieronder vind je wat meer uitleg.

In het leerplan WO vinden we het domein MENS. Daarin staan heel wat doelstellingen die wij moeten nastreven, zowel op het terrein van het kennen als van het kunnen.

Het kennen omvat de volgende doelstellingen:

1. Bewust zijn van jezelf: weten wat je voelt, denkt en doet. (zelfkennis)
2. Jezelf in de gevoelens, gedachten, bedoelingen van de ander(en) verplaatsen en hiermee rekening houden.
3. Inzicht verwerven in sociale situaties.

Het kunnen omvat de volgende doelstellingen, die elk op hun beurt een plekje kunnen vinden op de Axenroos.
1 Behulpzaam zijn (Bever)
2 Hulp durven vragen en deze aanvaarden (Poes)
3 Respect en waardering opbrengen (Wasbeer)
4 Zich verdedigen (Steenbok)
5 Leiding geven (Leeuw)
6 Leiding volgen (Kameel)
7 Kritisch zijn (Havik)
8 Over voldoende zelfvertrouwen beschikken
9 Zich discreet opstellen (Uil)
10 Ongelijk, onmacht of onkunde toegeven (Schildpad)
11 Een aantal gespreksvormen beheersen
12 Kunnen en durven samenwerken en samenspelen met anderen

Al deze doelstellingen uit het leerplan WO moeten nagestreefd worden in de omgang met elkaar, zowel in de les, als daarbuiten: op de speelplaats, in de refter of op de bus; zowel bij de klastitularis als bij de bijzondere leerkracht. Het gaat hier om een groei in de omgang met elkaar. Die groei vraagt soms verdieping, soms verandering. Elke maand zal je kind, samen met de anderen, eraan werken om vaardiger te worden in bovenvermelde houdingen.
De klastitularis zal met een kleurencode aangeven hoe het gesteld is met bepaalde houdingen, maar ook u, als ouder, mag met die kleurencode aangeven hoe u uw kind ziet evolueren, en ook uw zoon of dochter mag in de lagere school met een kleur aangeven hoe hij/zij zich in de omgang met anderen voelt en bekijkt.

Er is ook plaats om een kleine opmerking te noteren indien dit nodig zou zijn.

Met een vlotte communicatie willen we bijdragen aan de totale groei van de kinderen die aan onze school zijn toevertrouwd: zowel emotioneel als intellectueel, zowel taalvaardig als sociaal vaardig.

 

 

 

 

Nieuwsbrief 13

TROPISCALA

Begin dit schooljaar werkten de leerkrachten en de schoolraad mee aan een sterkte-zwakteanalyse. Eén van de bevindingen was dat de school wat meer aandacht kon besteden aan uitstraling en externe samenwerking.

Zo groeide het idee om ons schoolfeest niet enkel te richten op ons schoolpubliek maar om dit gebeuren te integreren in een groter samenwerkingsverband om alzo een veel ruimere doelgroep te bereiken. Samen met de organisatoren van Toekomstrock, Het Kleinkunstfestival en Vlaanderen Feest gingen wij rond de tafel zitten en zo ontstond TROPISCALA: een totaalfestival dat gericht is naar de leeftijdsgroep 2,5 – 102,5 jaar.

De namiddagprogrammatie van dit festival wordt gedragen door de school. Verschillende klasgroepen treden op. Er is ruimte voor een free kinderpodium. Daarnaast organiseren wij een optreden van Tonia, zijn er verschillende vormen van straattheater, zijn er ook springkastelen, klimwanden, speleoboxen, schminkstanden, tropische eetstandjes, beachvolleyvelden, een softvoetbalveld, … Kortom, het wordt een spetterende namiddag voor en door kinderen.

Aansluitend kan u genieten van kleinkunst, pop, folk en uitheemse tropische muziek. Niet minder dan 7 groepen zorgen voor een spetterend, gevarieerd spektakel

Ook de sportliefhebbers komen aan hun trekken door een heus beachvolleybaltornooi met aanwezigheid van binnenlandse topteams!

U merkt het: waar vroeger de verschillende afzonderlijke organisaties hun eigen publiek aanspraken is het onze bedoeling om via deze samenwerking een veel bredere basis te bereiken. En zo krijgt onze school, gratis voor iedereen toegankelijk, dat extra beetje uitstraling waarvan in het begin sprake.

 

 

Nieuwsbrief 12

Doorgelicht ... en goed bevonden.

In mijn nieuwsbrief 10 bracht ik u op de hoogte van de geplande schooldoorlichting. Deze is achter de rug en wat zijn nu de bevindingen van het inspecteursteam basisonderwijs?
Vermits niets uit het officiële verslag letterlijk mag gepubliceerd worden, probeer ik zo schematisch mogelijk de bevindingen uit het doorlichtingsverslag te verwoorden. Mijn excuses als ik qua verwoording soms toch nog te dicht bij het verslag aanleun, maar in dit geval vind ik dat de inhoud op de vorm primeert.

1. Onderwijskundig functioneren.
De school realiseert de basiscompetenties bij zoveel mogelijk kinderen. Het onderwijs is werkelijkheidsgericht, is verweven van cognitieve leerstrategieën en is gericht op het leren toepassen van wat is geleerd. Voor bepaalde leergebieden kan er meer aandacht gegeven worden aan de horizontale en verticale samenhang.
De school zorgt er voor dat haar onderwijs gericht is op een brede ontwikkeling. Via een evenwichtig aanbod van gedifferentieerde werkvormen worden kinderen aangesproken op elk aspect van hun menszijn. De school- en klassfeer zorgen voor een groot welbevinden van de kinderen.
De school heeft op een doordachte manier een zorgbrede werking opgebouwd die gedragen wordt door een goed samenwerkend zorgteam. Het schoolteam slaagt er in een optimale afstemming op de zorgvragen van kinderen te realiseren. Dit zorgt er voor dat kinderen die meer hulp nodig hebben, die daadwerkelijk ook krijgen.

2. Organisatorisch functioneren
De school realiseert de onderwijskundige doelen via een gelijkgerichte visie. De verbondenheid met de lokale gemeenschap en het samen ‘brede school’ maken, zijn belangrijke troeven.
Een empathisch en democratisch intern leiderschap zorgt er voor dat de school er in slaagt op een coherente manier richting te geven, de gevaren koers te bewaken, gerichte druk uit te oefenen en een ondersteunend netwek te creëren met het oog op het realiseren van de onderwijskundige doelen.
De school benut op een efficiënte manier de interne en externe communicatiemogelijkheden. De tevredenheid van alle betrokkenen is groot.
De school moet meer initiatieven nemen met betrekking tot individuele nascholing.

3. Risicobeheersingsbeleid en wettelijke bepalingen
De school voldoet aan de voorwaarden betreffende veiligheid van de leer- en werkomgeving, van hygiëne, gezondheid en milieuzorg.
Het schoolbestuur moet bij het beëindigen van de renovatiewerken een preventief jaaractieplan en een onderhoudsplan opstellen en de verplichte en vrijwillige controles registreren.
De school moet een afzonderlijk dossier aanleggen dat alle elementen bevat, vermeld in het decreet betreffende getuigschriften basisonderwijs. M.a.w. de gegevens betreffende getuigschriften die nu terug te vinden zijn in het algemene leerlingendossier, moeten onder een andere vorm samengebracht en bewaard worden.

Besluit: in deze school is voldoende potentieel en vernieuwingsbereidheid aanwezig om alle kinderen datgene te kunnen bieden wat ze nodig hebben voor de positieve ontwikkeling van elk aspect van hun menszijn.

Natuurlijk ben ik als schoolhoofd heel blij u zulke resultaten van een schooldoorlichting te kunnen voorleggen. Dit is voor iedereen de bevestiging van het feit dat wij goed bezig zijn.
Het is de bedoeling om de bevindingen van de doorlichting te gebruiken om binnen de school het proces van interne kwaliteitszorg verder te zetten en waar nodig te verbeteren. Dit kan alleen als alle participanten op een positieve manier blijven meewerken aan een Gemeentelijke Basisschool van Overijse waar kwaliteit, zorg en welbevinden belangrijke waarden zijn.

Nieuwsbrief 11

Wij gaan GOKKEN !!!

Dit jaar kreeg onze school 14 GOK-uren toegewezen vanuit het Ministerie van Onderwijs.
Nee, wij richten nu geen casino in! GOK staat voor: Gelijke OnderwijsKansen.
Omdat alle kinderen evenveel recht hebben op goed onderwijs, moeten kinderen die meer nood hebben ook meer aandacht krijgen. En... als wij onze lessen en onze omgang met de leerlingen daarop gaan toespitsen, komt dat niet alleen ten goede van die enkele leerlingen, maar na verloop van 3 jaar zal er toch wel een verandering merkbaar zijn voor allen.
Onze school koos uit 6 mogelijke thema’s om vooral te werken rond de socio-emotionele ontwikkeling en taalvaardigheid. Wat houdt dat zoal in?
Wat taalvaardigheid betreft willen we vooral de taalmethodes waarmee we werken nog gaan verdiepen, zorgen dat de woordenschat die aangeleerd wordt ook blijft hangen en daadwerkelijk gebruikt wordt, dat kinderen onder woorden brengen wat ze willen zeggen, en dat ze daar ook de goede woorden voor vinden. De anderstaligen willen we zo vlug mogelijk op sleeptouw nemen door hen de aangepaste steun te geven.
Om het klas- en schoolklimaat nog veiliger en nog leuker te laten worden voor iedereen, willen we werken met de axenroos. Hier willen jullie waarschijnlijk wel een beetje meer uitleg. Niet boos worden als je kind straks tegen een ander zegt: ‘Jij bent een uil!’ En die ander vindt jouw kind wat te veel ‘poes’.
10 dieren spelen mee in de axenroos: pauw en wasbeer, bever en poes, leeuw en kameel, havik en steenbok, uil en schildpad. Je ziet, ze staan steeds in paren bij elkaar. Elk dier roept telkens het eigene en de kracht van een ax op. Een ax is een as waarop je je kan bewegen in de omgang met anderen. De bedoeling is dat alle kinderen... en ook alle grote mensen!, leren om de goede eigenschappen en de kracht van alle axen te kennen. Zo willen we ons beter afstemmen op de ander en reageren door de meest gepaste relatiewijze te kiezen. Het uiteindelijke doel van dit alles is streven naar een deugddoende omgang met iedereen. Zo moeten we ertoe komen dat iedereen op het GBO kan zeggen: ‘Kvoelmegoed!’
Dus... als je kind met een of ander dier thuiskomt, vraag er dan wat meer over! Aangezien de hele school met de axenroos werkt, zal je wel merken dat bij het ene kind de axenroos zus wordt aangebracht, en bij het andere kind zo. Er zijn honderden manieren om rond die relatiewijzen te werken. Voor wie er meer wil over weten is er het boek:
‘Sociaal vaardig, lieve deugd’ van Cuvelier, Vansteen-Debue, Naert en Orroi.
Ook op het internet kan je eindeloos veel dingen vinden als je bij Google zoekt naar ‘axenroos’ of ‘roos van Leary’ , of op de volgende sites:
www.relatiestudio.be
www.digischool.nl
http://users.skynet.be/kraye/blad1h.htm
www.klasse.be/kvl/45/26
Er bestaat zelfs een heuse kindermusical!
We hopen bij het begin van het volgend schooljaar een avond te organiseren voor ouders die er nog wat meer over willen weten.
Voor alle verdere vragen: contacteer de klasleerkracht van je kind of de GOK-leerkracht.

 

Nieuwsbrief 10

Onze school wordt dit schooljaar doorgelicht.

De meeste ouders zijn tevreden over het onderwijs en de opvoeding die hun kinderen op school krijgen. Maar ze zijn toch ook bezorgd om de kwaliteit van het onderwijs in de school van hun kinderen. Maar hoe komen ze met zekerheid te weten dat de school ‘goed werk' levert?

Daarvoor heeft de Vlaamse Overheid haar onderwijsinspectie. De klassieke inspecteur die onverwacht de klas binnenstapt, bestaat al lang niet meer. Nu stuurt de Overheid regelmatig een team van inspecteurs naar een school. Dat onderzoekt gedurende enkele dagen grondig het onderwijs in de school. Ze letten op veel zaken. Krijgen de kinderen een minimale basisvorming? Heeft de school aandacht voor de totale ontplooiing van heel het kind? Krijgt élk kind maximale kansen op ontwikkeling? Voldoet de school aan de eisen inzake veiligheid, hygiëne en leefbaarheid. Maar de overheid verwacht van scholen meer en meer dat zij zelf de verantwoordelijkheid kunnen dragen voor hun onderwijskwaliteit. Dat betekent dat elke school haar werking goed moet organiseren. Ook dat brengt de doorlichting in kaart. Werkt het schoolteam samen aan een eigen project, is er genoeg communicatie en overleg, kan de school zelf waken over de gekozen koers en is er ruimte voorzien voor nascholing, om nieuwe zaken uit te proberen, om van elkaar te leren?

Zo'n kwaliteitscontrole gebeurt volgens het CIPO-model, een afkorting van vier principes. Bij elke doorlichting houdt de inspectie immers rekening met specifieke
Context: het geheel van demografische, structurele, materiële, financiële, juridische, bestuurlijke en pedagogisch-didactische gegevens die van invloed (kunnen) zijn.
Input: het geheel van persoonsgebonden gegevens van elkeen die rechtstreeks deelneemt aan het onderwijsleerproces, met name de leerlingengroep en het schoolteam.
Proces: het geheel van onderwijskundige en schoolorganisatorische kenmerken dat aangeeft welke inspanningen de school doet om de door de overheid vooropgestelde doelen te bereiken.
Output: het geheel van kenmerken dat duidt op kwalificaties van kinderen met betrekking tot de door de overheid vooropgestelde doelen.

Een schooldoorlichting verloopt in drie fasen.
In de informatieve fase vraagt de inspecteur-verslaggever vooraf enkele administratieve papieren op, zoals de lessenroosters, om de doorlichting voor te bereiden. Ook verzamelt hij o.a. cijfers over zittenblijven. Belangrijk is het oriënterend gesprek met de directeur. De eigenlijke doorlichting is de tweede fase . Tijdens een intensief schoolbezoek van een week, onderzoekt een team inspecteurs de feitelijke situatie. Zo'n team bestaat voor onze school uit 3 leden.
De derde fase is het syntheserapport . Een beschrijvende samenvatting, een kritische evaluatie en een aantal duidelijke conclusies sluiten de schooldoorlichting af.

Er zijn drie soorten beoordelingen.
Bij gunstig ziet de school zich in een glanzende spiegel staan. Toch blijven er schaduwkantjes die de inspectie op stille dagen blijft opvolgen.
Bij gunstig met voorbehoud stelde de inspectie tekorten vast. Objectieve criteria bestaan daar niet voor. Dat wordt overgelaten aan het gezond oordeel van het doorlichtingteam. Vaak is er een bijkomend gesprek met de directeur nodig om samen een actieplan op te stellen. Als voor een toets hoofdrekenen 30 procent van de leerlingen lager scoren dan de helft kan dat wijzen op een ernstig tekort van de onderwijskwaliteit. Binnen 300 kalenderdagen moet dat geremedieerd zijn. Dan volgt een tweede, veelal gedeeltelijke schooldoorlichting.
Bij ongunstig volgt een tweede doorlichting door een ander team.

Het is de bedoeling dat de bevindingen van een doorlichting te gebruiken om binnen de school het proces van interne kwaliteitszorg verder te zetten of te verbeteren. Daarom gaan we er van uit dat, wat ook de bevindingen van het inspectieteam zullen zijn, dit controleproces een meerwaarde is voor de school.

 

Nieuwsbrief 9

Een school is geen ‘ding', een school is ‘mensen' !

“Leerkrachten en scholen worden de laatste jaren overdonderd door ‘van alles en nog wat'. Ze krijgen het gevoel dat ze uit evenwicht geraken. Velen onder hen voelen door de overbevraging de grond onder hun voeten wegzinken. Het lijkt alsof leraren moeten voorgaan op moerassige ondergrond. Leerkrachten en scholen zien door de bomen het bos niet meer. Ze vragen zich dan ook soms af: “Doen we de dingen goed?” en “Doen we wel de goede dingen?”. Het lijkt alsof er vanuit de overheid een opbod is van verschillende vernieuwingen en aanpassingen die moeten doorgevoerd worden (bijvoorbeeld inclusief onderwijs, eindtermen, schoolgemeenschappen, GOK-ondersteuning, vernieuwde zorgverbreding, …). Er ontstaan spanningsvelden omdat leerkrachten en scholen niet meer duidelijk weten wat het beleid wil, wat de koepel wil, wat de inspectie van hen verlangt. Al deze instanties geven de scholen ook vaak verschillende signalen. Bij leerkrachten leeft het gevoel dat er steeds meer taken op hen afkomen. Belangrijke taken maar die toch niet onmiddellijk te maken hebben met hun onderwijsopdracht. Milieueducatie, gezondheidsopvoeding, gedragstherapie… Vaak moeten zij gezinsvervangende taken op zich nemen. Ze moeten steeds meer kinderen met sociaal-emotionele en leerproblemen opvangen. Het takenpakket van de leerkrachten is de laatste jaren dus sterk uitgebreid. Daarenboven moeten de leerkrachten in hun lessen voortdurend op zoek gaan naar nieuwe werkvormen en inhouden om de leerlingen degelijk voor te bereiden op hun integratie in de maatschappij.”

Deze bedenkingen hoor ik bijna altijd terug wanneer onderwijsmensen het hebben over taakbelasting en planlast. Maar niettegenstaande dat doet ons onderwijs het in internationale vergelijkingen zeer goed. En dit is niet te wijten aan ‘DINGEN' zoals betere handboeken of leermethodes, aan modernere schoolinfrastructuur of meer financiële middelen. Neen, dit is vooral te danken aan de dagdagelijkse inzet van mensen.

Misschien is de tijd rijp om opnieuw wat meer te focussen op mensen (leerkrachten, kinderen en ouders) in plaats van op overladen programma's en opgelegde dingen.

Onderwijs is ‘MENSEN' en ik ben er van overtuigd dat er zeker ook op onze school een schitterend potentieel aan mensen aanwezig is dat elke dag weer zijn best doet om samen ‘nog meer mens' te worden.

Danny Cahy, schoolhoofd

 

Nieuwsbrief 8

PARTICIPATIE IS 'IN'.

Hoog oplopen met inspraak en participatie is ‘in’. Of het nu over kinderen of over volwassenen gaat. Over van alles en nog wat moeten ze gehoord worden. Ook over onderwerpen waarin ze vroeger geen inspraak hadden. Zelfs ministers hebben er de mond vol van. Telkens weer duikt de term participatie op in richtlijnen en decreten. Niet alleen in het onderwijs. Ook gemeenten, steden en regeringen leveren inspanningen om hun beleid doorzichtiger te maken, om de burger er meer bij te betrekken.

Maar is iets goed, alleen maar omdat het ‘in’ is? Nee. Er zijn een paar ijzersterke argumenten
die voor participatie pleiten.
Ten eerste is het een kwestie van aanvoelen. Intuïtief voelt iedereen aan dat bij elke relatie participatie hoort. Ook in een pedagogische relatie is participatie essentieel. Het is gewoon een kwestie van respectvol en open met elkaar omgaan, een kwestie van kinderen van meet af aan serieus nemen. Dat blijkt ook in details, in onze gewone omgang met elkaar, in onze dagelijkse interacties.
Daar heb je geen hoogdravende theorieën voor nodig. Je mag het gerust doodnormaal vinden dat we kinderen voor vol aanzien, dat kinderen meetellen, dat ze gelijkwaardig zijn. Hun inbreng is even waardevol als die van volwassenen. In de interacties met leerlingen gaat het dus niet alleen om resultaten of over wie gelijk haalt. Het gaat erom dat we de betekenissen en ervaringen van iedereen aan bod laten komen. Je merkt dan snel dat kinderen zinvol kunnen meedenken en meepraten over heel wat onderwerpen, ook op school.

Daarom starten wij vanaf volgen schooljaar met een officiële leerlingenraad en maken wij leerlingenparticipatie echt 'in' op onze school.

 

Nieuwsbrief 7

SAMEN WERKEN AAN OPVOEDING

Op een onderwijssite las ik onderstaande bemerking van een bezorgde ouder. Dit zette mij aan tot het plegen van deze nieuwsbrief.

"Ik zie de school als een verlengstuk van wat wij onze kinderen thuis proberen te vertellen, dat moet dus op school ook zo zijn. Stel je voor dat ze op school hele andere dingen zitten te verkondigen, dan heb je thuis altijd conflicten denk ik. Als ouders zijn wij verantwoordelijk. Het zwaartepunt ligt thuis. Maar ik vind dat de school wel degelijk een heel belangrijke taak heeft daarnaast. Een heel belangrijke"

Steeds vaker wordt het belang benadrukt van een zekere mate van afstemming tussen de opvoeding thuis en op school. Allerlei maatschappelijke ontwikkelingen hebben tot gevolg dat deze afstemming niet meer zo vanzelfsprekend is als voorheen. Onderzoek wijst uit dat veel ouders minder tijd kunnen besteden aan de opvoeding van hun kinderen en dat veel jongeren steeds langer buiten het gezin verblijven. Dat maakt de goede samenhang tussen de opvoeding thuis en buitenshuis cruciaal.

Gewenste opvoedingsdoelen
Een belangrijke kwestie vind ik de opvatting van de school over gewenste opvoedingsdoelen. Welke doelen vinden wij belangrijk in de opvoeding. Wij kunnen onze opvoedingsdoelen indelen in twee categorieën.
De eerste categorie heeft betrekking op de ontwikkeling van een eigen persoonlijkheid en sociaal gevoel. Hierin vallen doelen als verantwoordelijkheid dragen, zelfstandigheid, kritisch denken, rekening houden met anderen en verdraagzaam zijn.
De tweede categorie kan worden aangeduid met het begrip burgerzin. Daarmee worden doelen bedoeld als goede manieren hebben, gehoorzaamheid, respect hebben voor ouderen en het zich kunnen aanpassen aan regels.

•  Eigen persoonlijkheid en sociaal gevoel
Aandacht op school voor de ontwikkeling van een eigen persoonlijkheid en sociaal gevoel wordt noodzakelijk geacht met het oog op diverse opleidings- en beroepseisen. De persoonlijkheidsontwikkeling zonder aandacht voor sociaal gevoel kan leiden tot een egoïstische vorm van individualisme. Zelfstandigheid op zich dreigt iets egoïstisch te krijgen. Je kunt wel zelfstandig zijn maar je moet een bepaald sociaal gevoel hebben omdat je nu eenmaal dingen samen moet doen . Andersom geldt, dat de ontwikkeling van sociaal gevoel zonder aandacht voor je eigen persoonlijkheid in veel gevallen zal leiden tot kritiekloze aanpassing. Wanneer je alleen sociaal gevoel zou nastreven dan krijg je mensen die hun eigenwaarde helemaal voorbij laten gaan . De betekenis van het begrip sociaal gevoel mag volgens mij dan ook niet worden opgevat als een blinde gerichtheid op de groep. Ook denk ik aan het belang van zelfredzaamheid in een steeds harder wordende samenleving. Je moet een standpunt hebben ... zeker in deze maatschappij. Een kind moet voor zichzelf opkomen want als het dat niet doet dan wordt het overdonderd .

•  Burgerzin
Naast deze doelen wordt ook veel waarde gehecht aan het bijbrengen van goede manieren, de aandacht voor orde en respect en het aanpassen aan geldige regels. Deze categorie doelen beschouwen wij als voorwaarde om te kunnen functioneren in het gezin, op school en in de samenleving. Ik denk dat aanpassen gewoon nodig is in wat voor een leefeenheid dan ook, om met z'n allen te kunnen leven. Dat een kind zelfstandig blijft in denken maar in praktische zaken zich aan moet passen, dat vind ik logisch. Als wij met z'n vieren aan tafel zitten dan zijn er regels, dan moeten kinderen zich kunnen aanpassen . Ook wordt de aandacht voor deze doelen als voorwaarde gezien voor de persoonlijkheidsontwikkeling van kinderen en het aanleren van sociaal gedrag. Je kunt geen respect hebben of uiten voor anderen als je geen goede manieren hebt. En je wordt binnen een groep denk ik ook sneller aan de kant gezet als je onbeschoft en ongemanierd bent. Dus het is gewoon goed om goede manieren te hebben . Het begrip burgerzin heeft dus een zeer praktische betekenis. Aandacht besteden aan deze doelen wil zeggen aandacht besteden aan het bieden van een duidelijke structuur en het scheppen van een rustige en veilige omgeving. Het opstellen van regels, het maken van concrete afspraken met kinderen en het consequent optreden van opvoeders worden daarvoor geschikte middelen geacht.

Geen strikte taakverdeling
Hoe denken wij over de onderlinge taakverdeling op het gebied van opvoeding, waarden en normen? Volgens mij kan er geen strikte taakverdeling worden gemaakt tussen de opvoeding thuis en op school. De opvoedingstaken overlappen elkaar en moeten zoveel mogelijk op elkaar worden afgestemd. De school en de ouders moet elkaar dan ook waar nodig aanvullen. Wel ben ik van mening dat de eerste opvoedingsverantwoordelijkheid bij de ouders ligt. De opvoeding op school wordt over het algemeen als een verlengstuk gezien van de opvoeding thuis. Ik wil hierbij opmerken dat school en gezin van elkaar verschillen. Kinderen gedragen zich thuis vaak anders dan op school. Dat heeft onder andere te maken met de veiligheid die de thuissituatie voor kinderen biedt en de emotionele betrokkenheid van de ouders bij de opvoeding van hun kinderen. Ook is het zo dat de school meestal te maken heeft met een groep kinderen. Het werken met een groep biedt volgens mij meer mogelijkheden om aandacht te besteden aan sociale doelen. Op school moet je ook omgaan met een klas kinderen die op min of meer toevallige wijze bij elkaar zijn gekomen. Kinderen vinden er ook medeleerlingen die het thuis heel anders hebben dan zijzelf. Daar moeten ze mee leren omgaan. Ze worden zo sterk sociaal gestimuleerd .

Dialoog over opvoeding
Zowel de school als de ouders moeten beseffen dat informatie doorspelen over elkaars opvoedingspraktijken essentieel is voor het dragen van gedeelde opvoedingsverantwoordelijkheid. Wij moeten voorkomen dat ouders en leerkrachten stereotype beelden van elkaar vormen en dat alleen problematische situaties aanleiding zijn om te praten over opvoeding. Waar het mij vooral om gaat is te bouwen aan een heldere samenhang tussen de opvoeding thuis en op school. Deze doelstelling vereist grote openheid over visies op waarden en normen. De dialoog met ouders over opvoeding verdient daarom een vaste plaats in het opvoedingsbeleidsplan van de school.

terug naar top pagina

NIEUWSBRIEF 6

ACTIEF DEELNEMEN AAN HET SCHOOLBELEID.

De school moet model staan voor de democratische samenleving. Dat is het uitgangspunt van het nieuwe participatiedecreet. Hieronder schets ik de grote lijnen wat dit voor onze school betekent.

Algemeen

Er komt een schoolraad in alle scholen van het gesubsidieerd onderwijs. Leraren overleggen met en adviseren hun inrichtende macht over het schoolbeleid. Dat doen ze samen met ouders en vertegenwoordigers van de plaatselijke gemeenschap. De directeur zetelt in de raad met raadgevende stem.  

Participatie in de school

Elke school gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap moet een schoolraad oprichten.  Via de schoolraad participeren ouders, personeel, de lokale gemeenschap samen in het schoolbeleid met elk evenveel vertegenwoordigers. De schoolraad informeert en communiceert over zijn werking aan de ouders, leraren en inrichtende macht. 
De pedagogische raad en de ouderraad duiden hun vertegenwoordigers aan in de schoolraad. Waar deze raden niet bestaan, worden de vertegenwoordigers rechtstreeks verkozen. Ouders kiezen ouders, personeel kiest personeel. De stemming is geheim en verplicht voor het personeel.
De vertegenwoordigers van de lokale gemeenschap worden gecoöpteerd door de andere leden. De schoolraad wordt om de vier jaar opnieuw samengesteld.

Bevoegdheden.

De schoolraad adviseert, overlegt of geeft zijn instemming
De schoolraad oefent zijn bevoegdheden uit tegenover de inrichtende macht of de directeur - overeenkomstig het pedagogisch project. Een advies moet binnen een termijn van 21 kalenderdagen gegeven worden, een instemming binnen de 14 kalenderdagen

De inrichtende macht moet verantwoorden waarom zij een advies van de schoolraad niet volgt. Wanneer de schoolraad overlegt met de inrichtende macht, komt er een akkoord of niet-akkoord. Een akkoord wordt door de inrichtende macht uitgevoerd. Is er geen akkoord, dan neemt de inrichtende macht de eindbeslissing. De inrichtende macht kan bevoegdheden overdragen aan de directeur.

Bij de start van de schoolraad bestaat elke geleding uit drie vertegenwoordigers, daarna legt de raad zelf het aantal vast: minstens twee en hoogstens vijf. Het mandaat van vertegenwoordigers eindigt van rechtswege als zij (of hun kinderen) de school verlaten.

De schoolraden van dezelfde scholengemeenschap organiseren een "medezeggenschapscollege" dat tenminste overlegbevoegdheid heeft over de ordening van een rationeel onderwijsaanbod en het maken van afspraken over objectieve leerlingenoriëntering en -begeleiding.

Het decreet legt minimale bevoegdheden vast. Een overzicht in tabelvorm.

de schoolraad

de inrichtende macht

de directeur

adviseert

  • de bepaling van het profiel van de directeur
  • het studieaanbod
  • de samenwerking met andere inrichtende machten of externe instanties
  • opstapplaatsen en busbegeleiding leerlingenvervoer
  • de algemene organisatie en werking van de school
  • het nascholingsbeleid
  • experimenten en projecten

overlegt

  • het beleidsplan of -contract met het CLB
  • infrastructuurwijzigingen
  • de criteria voor de aanwending van lestijden, uren, uren-leraar en punten
  • het schoolwerkplan
  • het schoolreglement (behalve orde- en tuchtreglement en bijdragen ouders: zie instemming)
  • het welzijns- en veiligheidsbeleid op school
  • duur en tijdstip stage

stemt in

  • het orde- en tuchtreglement in hoofde van leerlingen
  • de lijst van bijdragen die aan de ouders kunnen worden gevraagd en de afwijkingen daarop
  • de organisatie van extra-muros- en parascolaire activiteiten

Gezocht: ouders met een idee.

Heb jij ideeën voor een alternatieve schoolorganisatie? Wil je mee nadenken over een veiligheidsbeleid op school? Of vind je het reglement een beetje achterhaald? Dan zoekt de nieuwe schoolraad jou misschien? Vanaf 1 april 2005 moet elke school zo'n schoolraad hebben. Onze school maakt er in elk geval werk van.

terug naar top pagina

NIEUWSBRIEF 5

WAARDEN EN NORMEN.

Naar aanleiding van ons gesprek over een aantal recente ontwikkelingen in Nederland –scholen worden gevandaliseerd en in brand gestoken- vraagt een jonge ouder mij als ik haar rondleid door de school: “Wat doet uw school aan de ontwikkeling van waarden en normen bij kinderen?”. Ik voel me wat overvallen door deze rechtstreekse vraag en antwoord wat aarzelend: “Ja, ik zou zeggen dat we regels hanteren, dat we de kinderen leren elkaar te helpen. Dat we schoppen en slaan niet toestaan en dat we een pestactieplan hebben. We leren kinderen netjes om te gaan met hun spullen. We leren ze respect hebben voor elkaar. Dat soort dingen.”
Als ik dit voorval tegen mijn collega's vertel, merken ze op dat ze ongeveer hetzelfde zouden zeggen. Ze beseffen echter dat iedereen een eigen invulling geeft aan algemeen geldende opvattingen met betrekking tot normen en waarden. Mag dit? Kan dat? Moet dit nu zo? Om een aantal misverstanden te vermijden werden hieromtrent reeds een aantal schoolafspraken opgenomen in onze afsprakennota die u dit schooljaar ontving. Toch heb ik hierbij nog wat bedenkingen.

Waarom wil de school veel aandacht besteden aan waarden en normen?
In de eerste plaats, en daar kunnen wij niet buiten, omdat de ontwikkelingsdoelen en eindtermen dit van een school verwachten. Maar de school heeft ook eigen redenen, een school-gedragen motivatie, om kinderen waarden en normen aan te leren. Enerzijds doen we dit omdat het dagdagelijks samenleven op een beperkte ruimte met 500 mensen anders onmogelijk wordt. Maar anderzijds is een van de belangrijkste reden het feit dat problematisch gedrag van kinderen vroegtijdig en gericht in goede banen geleid kan worden. En de school beseft dat we dit niet zomaar alleen aankunnen. Hiervoor is een verregaande samenwerking nodig met alle partners die bij het schoolgebeuren betrokken zijn. Ouders nemen daar zeker een bevoorrechte plaats bij in en moeten beseffen dat we onaangepast gedrag zoals schelden naar elkaar, onverdraagzaamheid, slordig omgaan met mekaars spullen, bemoeizucht, weinig verantwoordelijkheid voelen zoals gevallen jassen laten liggen, troep laten slingeren, afspraken niet respecteren, pesten, onbeleefdheid, … toch niet kunnen aanvaarden.
Maar niet alleen het problematische gedrag is een motivatie om iets te doen aan sociale competentie. Ook vanuit onze pedagogische opdracht willen we kinderen sociale vaardigheden bijbrengen, zoals zorg voor elkaar en de omgeving; op een normale manier commentaar uiten en dat ook van elkaar kunnen accepteren; op de beurt kunnen wachten… gewoon vriendelijk gedrag.

Dit brengt mij bij de volgende bedenking. Welke concrete vaardigheden willen wij de kinderen bijbrengen. En dan kan ik niet anders dan verwijzen naar een aantal punten uit ons pedagogisch project.
2. De gemeenteschool bevordert het sociale bewustzijn en de sociale vaardigheden.
Zij leert o.a. kinderen positieve relaties met andere kinderen opbouwen en zich niet te laten beïnvloeden door negatieve groepsdruk.
3. De gemeenteschool brengt respect bij voor het anders zijn van anderen. Zij is een school waar verdraagzaamheid in de hand gewerkt wordt.
6. De gemeenteschool heeft aandacht voor de affectieve en emotionele ontwikkeling van elk kind.
8. De gemeenteschool bevordert de zin voor zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en vrijheid.

We hebben het hier dus duidelijk over leerlingenvaardigheden.
Maar het aanbieden van leerlingenvaardigheden kan onmogelijk los gezien worden van aandacht voor oudervaardigheden en leerkrachtvaardigheden. Als een leerkracht kinderen zelfstandigheid wil leren, zal hij hen immers tot op een zekere hoogte los moeten kunnen laten. Als een ouder kinderen wil leren omgaan met conflicten, zal hij of zij moeten leren niet de oplossing aan te dragen, maar hen te stimuleren zelf een oplossing hiervoor te zoeken. Soms vraagt dat van zowel de ouders, leerkracht als van de leerling een andere houding.

Wat de school laat zien aan omgang met en tussen leerlingen, leerkrachten, ouders en andere betrokkenen, bepaalt de identiteit van de school. Een discussie over waarden en normen is onlosmakelijk verbonden met de identiteitsontwikkeling van de school en daar moeten we dag na dag samen aan bouwen.

terug naar top pagina

NIEUWSBRIEF 4

Een nieuw schooljaar voor de gemeentelijke basisschool van Overijse : 3 lokaties, 1 school.

Een nieuw schooljaar en dus een nieuw begin. Allereerst iedereen heel hartelijk welkom en een speciaal welkom voor de nieuwe leerlingen en hun ouders. De leerkrachten hebben de afgelopen weken hun klassen en de rest van de school al opgebouwd om goed te kunnen starten. Ik hoop dat iedereen heeft genoten van een fijne vakantie en weer zin heeft in het nieuwe schooljaar. Wij in ieder geval wel. Een nieuwe juf of meester, nieuwe klasgenoten: het is altijd weer even spannend de eerste dagen, maar ook weer zo snel gewend. We gaan er met zijn allen een fijn en leerzaam schooljaar van maken.

Op 17 augustus startten de verbouwingen aan de school. Eindelijk was het zover. De geplande renovatiewerken aan onze schoolgebouwen gingen van start.
Onze school wordt een grote bouwwerf. Dit brengt waarschijnlijk heel wat problemen met zich mee en vraagt organisatorisch een grote aanpassing. Alle schoolparticipanten zullen van deze werken waarschijnlijk wat hinder ondervinden maar met een aantal degelijke afspraken en de nodige flexibiliteit moet deze last tot een minimum beperkt kunnen worden; vandaar onderstaande informatie.

•  De werken verlopen gefaseerd zodat steeds een groot deel van de school in gebruik kan blijven. De werken zullen minstens 2 schooljaren duren.

•  Gedurende de volledige periode van de werken verhuizen het 4 de , 5 de en 6 de leerjaar naar de gebouwen aan de Brusselsesteenweg in Overijse (vroegere belastingslokalen). Alle kinderen waarvoor dit nodig is zullen van de Heuvelstraat naar de Brusselsesteenweg getransporteerd worden en omgekeerd.

Wij beschikken op de locatie aan de Brusselsesteenweg niet over de nodige accommodatie om warme maaltijden aan te bieden. De leerlingen van 4, 5 en 6 brengen dus dit schooljaar hun boterhammetjes mee.

•  Het lessenrooster op beide locaties is verschillend. Dit is nodig om het huis-school-huisverkeer vlot te laten verlopen. Aan de rittenschema's en de uurregeling van de schoolbussen verandert er nagenoeg niets.

4. De school in de Heuvelstraat is open van 7uur30 tot 18 uur.

De school aan de Brusselsesteenweg is open van 8uur30 tot 15uur40. Hier wordt geen nabewaking georganiseerd. Kinderen die om 15uur40 niet zijn afgehaald, worden naar de opvang in de Heuvelstraat vervoerd.

Hebt u ideeën voor de school of heeft u vragen of bedenkingen, kom dan gerust even bij me langs. U kunt zich ook altijd tot de klassenleerkracht van uw kind wenden. Wij willen graag met u van gedachten wisselen indien u dat wenst. Klagen aan de schoolpoort heeft weinig zin. Daar worden de eventuele problemen niet opgelost.

Wilt u graag eens een kijkje nemen op onze nieuwe lokatie aan de Brusselsesteenweg. Kom dan gerust eens kijken op zaterdag 11 oktober 2004. Wij ontvangen u graag op ons oendeurtje en bieden u een rondleiding, een hapje en een drankje aan.

Volgende week publiceren wij een uitgebreide jaarkalender op het web die wij proberen continu bij te werken. In deze jaarkalender kunt u alle informatie vinden die voor dit schooljaar van belang is.

terug naar top pagina

Nieuwsbrief 3

DONDERDAG FRUITDAG

De oproep voor het aanbrengen van gezonde traktaties kreeg een aantal toffe reacties. Wij werken volop aan een traktatieboekje dat begin volgend schooljaar zal verspreid worden.

Maar het voorstel om op de school regelmatig een fruitdag te organiseren, kreeg onverwacht een nog positievere respons. Alle schoolparticipanten stonden achter zo'n actie en het kernteam startte dus een project op. Sponsors werden gezocht …………en (deels) gevonden. Eventuele sponsors kunnen zich nog altijd aanmelden. Zo komt het dat vanaf donderdag 13 mei 2004 elk kind van de school een gratis stuk fruit wordt aangeboden. En we doen dit zeker ook nog elke donderdag van dit schooljaar.

'MAANDAG APPELDAG = DONDERDAG FRUITDAG'

Op korte termijn proberen wij er voor te zorgen dat ouders hun kinderen een gezond tussendoortje meegeven, zodat kinderen niet altijd snoep of koekjes eten.
Wij hopen dat via ons project kinderen fruit gaan eten en dat ze het echt lekker vinden.
Op langere termijn mikken wij op gezondheidswinst bij onze leerlingen.

Fruit eten zou op de school een sociale activiteit moeten worden waarvan de kracht niet te onderschatten is. Kinderen zien andere kinderen en leerkrachten fruit eten en dat werkt aanstekelijk. Gezondheidsopvoeding wordt zo meer dan puur kennis overdragen, je verandert het gedrag.
En het voordeel van zo een actie is dat je alle kinderen kan bereiken, ongeacht hun maatschappelijke achtergrond.

Wij willen met dit project van ouders ook actieve partners maken. Het fruit moet gewassen, gedroogd, geschild, gesneden en verdeeld worden. Daarom doen we hierbij ook een oproep:

WIE KAN ER OP DONDERDAGMORGEN VANAF 9 UUR EEN HANDJE TOESTEKEN BIJ DE FRUITBEDELING OP SCHOOL? Stuur een briefje, een mailtje of spring even binnen om uw deelname te bevestigen, waarvoor onze dank.

terug naar top pagina

Nieuwsbrief 2

DE SNOEPTERREUR

Chips, cola, chocolade en snoep zaaien terreur op school. Jongeren eten liever hamburgers en pizza dan ‘gezond'. Kinderen imiteren de eetgewoonten van de volwassenen en die nemen het soms ook niet te nauw met ‘gezonde voeding'. Probeer op school dan maar eens goede eetgewoonten aan te kweken.

Het schoolteam vindt dan ook dat een onderwerp als ‘snoepen' op de eerste plaats onder de verantwoording van de ouders valt. Waar het snoep als feestelijke traktatie betreft, stelt het team zich vrij tolerant op.

De meest populaire traktaties zijn chips en snoepzakken. Zeker ook op donderdag, als het markt is, komen kinderen beladen met snoep op school toe. Vaak zijn de leraren en heel wat ouders daar niet erg blij mee.

Als kinderen na school thuiskomen en geen eten meer lusten, dan weten de meeste ouders het wel: er is weer eens getrakteerd! Grote verjaardagstraktaties, bijvoorbeeld elk kind een snoepzak en een zak chips, zijn populairder dan gezonde, maar vaak ook ‘saaie' hapjes.

Bij een verjaardag hoort een leuke en gezellige traktatie. Maar wat kun je nu voor gezonds trakteren aan kinderen op een basisschool ? Leerkrachten en heel wat ouders zijn zelf vaak niet enthousiast over al die ongezonde hapjes, maar kunnen zo gauw niets anders bedenken. Daarom deze oproep. Als je een leuk ideetje hebt voor een gezonde traktatie op school, laat ons dat dan weten. Mail, bel, schrijf, spreek ons aan en dan stellen wij een gezond traktatieboekje op dat we verspreiden onder alle ouders.

Hou ook rekening met kinderen die allergisch zijn voor bepaalde voedingsstoffen of zich moeten houdenaan een bepaald dieet.

Snelle suikers en vetten zijn meestal de eerste producten die gemeden moeten worden.

Pauzehapjes en lunchpakketten moeten ook buiten de snoepsfeer blijven en snoepen tijdens het werk in de klas is uiteraard niet toegestaan.

Om wat goede eetgewoonten aan te kweken, probeert de school MAANDAG APPELDAG' te organiseren. Hierover volgt later meer info.

Alvast bedankt voor jullie medewerking.

terug naar top pagina

NIEUWSBRIEF 1

START

Begin januari staat sinds jaar en dag in het teken van elkaar het beste toewensen. Dan doen we dit dan ook in de eerste nieuwsbrief van onze site.
Wij wensen u en iedereen die u kent en liefheeft: heel veel geluk, hoop, vriendschap en een grote dosis relativeringsvermogen en humor.

2004 wordt voor de school een speciaal jaar. De renovatie van de gebouwen wordt eindelijk uitgevoerd. Steigers, containers etc. staan ons te wachten. Maar dat is goed want het betekent dat de school eindelijk afraakt van haar oudbollige en verwaarloosde infrastructuur. En mits een goede planning en degelijke begeleiding slaan we er ons wel doorheen. In een volgende nieuwsbrief krijgt u meer info over ‘de werken’.

Sinds 1 januari 2004 is juf Martha Meeus met pensioen. Martha bedankt voor al wat u in de voorbije 30 jaar voor de school en voor de kinderen hebt gedaan. Het gaat je goed! Marleen Vanpevenage wordt de nieuwe juf van de 2de klas.

Wij starten in januari zo snel mogelijk met een instapklasje voor de kleinste kleuters. Een lokaal wordt ingericht en mits wat steun van de Inrichtende Macht kunnen we beginnen. Zo wordt de druk op de 1ste kleuterklas verminderd en kunnen de 2,5jarigen zo volwaardig mogelijk opgevangen worden.

Wij bedanken tot slot iedereen voor de medewerking, de inzet en het vertrouwen