Afspraken

Het schoolreglement
De afsprakennota
De leefregels

Het schoolreglement

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Hoofdstuk 2 Procedure van inschrijving

Hoofdstuk 3 Richtlijnen i.v.m. afwezigheden en te laat komen

Hoofdstuk 4 Schorsing van de lessen wegens bepaalde omstandigheden

Hoofdstuk 5 Bepalingen i.v.m. onderwijs aan huis

Hoofdstuk 6 Afspraken i.v.m. huiswerk, agenda's, rapporten en zittenblijven

Hoofdstuk 7 De procedure volgens dewelke getuigschriften basisonderwijs worden toegekend en de procedure volgens dewelke een beroep kan worden ingediend tegen een beslissing van de klassenraad m.b.t. het getuigschrift basisonderwijs

Hoofdstuk 8 Orde- en tuchtreglement van de leerlingen met inbegrip van de interne beroepsmogelijkheden

Hoofdstuk 9 Geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning

Hoofdstuk 10 Bijdrageregeling

Hoofdstuk 11 Algemeen rookverbod

Hoofdstuk 12 Privacy

Hoofdstuk 13 Grensoverschrijdend gedrag

Hoofdstuk 14 Overdracht van het multidisciplinair CLB-dossier

Hoofdstuk 15 Deelname aan extra-murosactiviteiten

Hoofdstuk 16 Keuze van de levensbeschouwelijke vakken

Hoofdstuk 17 Vrijstelling wegens een bepaalde handicap

Hoofdstuk 18 Klachtenprocedure

Hoofdstuk 19 Leerlingenraad

Hoofdstuk 20 Engagementsverklaring

Hoofdstuk 21 Medicatie

Hoofdstuk 22 Slotbepaling

 

 

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1

Dit schoolreglement, met inbegrip van het pedagogische project en de afsprakennota, worden door de directeur voorafgaand aan de eerste inschrijving van de leerling en nadien bij elke wijziging overhandigd aan de ouders, die ter instemming ondertekenen.

 

Artikel 2

Dit schoolreglement eerbiedigt de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de rechten van de mens en van het kind in het bijzonder.

 

Artikel 3

Voor de toepassing van dit schoolreglement wordt verstaan onder:

Schoolbestuur: de inrichtende macht die verantwoordelijk is voor de scholen van de gemeente Overijse nl. de gemeenteraad. Inzake daden van dagelijks beheer is het college van burgemeester en schepenen bevoegd;

Directeur: de directeur van de school of zijn afgevaardigde;

Klassenraad: team van personeelsleden dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of individuele leerling;

Leerlingen: de personen die regelmatig zijn ingeschreven in de onderwijsinstelling;

Afsprakennota : het geheel van concrete afspraken die de werking van de school regelen.

Leerlingengroep: een aantal leerlingen dat samen voor een bepaalde periode eenzelfde opvoedings- of onderwijsactiviteit volgt;

Pedagogisch project: het geheel van de fundamentele uitgangspunten dat door het schoolbestuur voor een school van haar werking wordt bepaald;

Ouders: de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige onder hun bewaring hebben;

Leefeenheid: leerlingen met ten minste één gemeenschappelijke ouder ( dus broers, zussen, halfbroers en halfzussen – zelfs als ze niet op hetzelfde adres wonen) en leerlingen met eenzelfde hoofdverblijfplaats ( kinderen die onder hetzelfde dak wonen, maar geen gemeenschappelijke ouder hebben);

Aangetekend: met aangetekende brief of tegen afgifte van een gedateerd ontvangstbewijs;

LOP: het lokaal overlegplatform;

Schoolraad: raad bestaande uit vertegenwoordigers die verkozen werden onder de leerkrachten en de ouders, aangevuld met gecoöpteerde personen uit het sociaal-culturele leven van de gemeente;

Extra-murosactiviteiten: activiteit van één of meer schooldagen die plaatsvinden buiten de schoolmuren en worden georganiseerd voor één of meer leerlingengroepen;

School : het pedagogisch geheel, waar onderwijs wordt georganiseerd en dat onder leiding staat van de directeur.

 

Hoofdstuk 2 Procedure van inschrijving / schoolverandering

 

Artikel 4 Inschrijvingsperiode

§1 Nieuwe leerlingen: behoudens andere richtlijnen, bepaalt de directeur de periode waarin nieuwe inschrijvingen kunnen plaatsvinden.

§2 Leerlingen die tot dezelfde leefeenheid behoren als de reeds ingeschreven leerling:

Hiervoor bepaalt het schoolbestuur het tijdstip waarop of de periode waarin inschrijvingen van deze voorrangsgerechtigde leerlingen kunnen plaatsvinden. Het schoolbestuur bepaalt tevens de wijze waarop dit wordt bekendgemaakt aan de ouders.

§3 Toelatingsvoorwaarden kleuteronderwijs

Om toegelaten te worden in het kleuteronderwijs moet een kind ten minste twee en een half jaar oud zijn.

Als een kleuter, op het moment van inschrijving nog geen drie jaar is, kan hij in het gewoon basisonderwijs slechts toegelaten worden op één van de volgende instapdata:

– de eerste schooldag na de zomervakantie;

– de eerste schooldag na de herfstvakantie;

– de eerste schooldag na de kerstvakantie;

– de eerste schooldag van februari;

– de eerste schooldag na de krokusvakantie;

– de eerste schooldag na de paasvakantie;

– de eerste schooldag na Hemelvaart.

§4 Toelatingsvoorwaarden lager onderwijs

1. Principe

Om toegelaten te worden in het lager onderwijs moet een leerling zes jaar zijn vóór 1 januari van het lopende schooljaar én ten minste aan één van de volgende voorwaarden voldoen:

•  het voorgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode tenminste 220 halve dagen aanwezig zijn geweest,

•  voldoen aan een proef (taaltest) die de kennis van het Nederlands, nodig om het lager onderwijs aan te vatten, peilt. Het CLB waar de school een beleidscontract mee afgesloten heeft zal de proef afnemen en de resultaten aan de school meedelen;

•  beschikken over een bewijs dat de leerling het voorafgaande schooljaar onderwijs heeft gevolg in een Nederlandstalige onderwijsinstelling uit een lidstaat van de Nederlandse taalunie.

Afwijkingen op het principe:

a. Een leerling die een jaar te vroeg (wordt 5 jaar ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar) wordt ingeschreven, moet het voorafgaande schooljaar ingeschreven zijn geweest in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs en gedurende die periode tenminste 185 halve dagen aanwezig zijn geweest.
b. Voor zij-instromers van 7 jaar of ouder gelden de bovenstaande voorwaarden niet.

De gewijzigde bepalingen van artikel 4 § 4 gelden voor inschrijvingen die betrekking hebben op het schooljaar 2010-2011 of later.

2. Afwijkingen op de toelatingsvoorwaarden lager onderwijs

In het gewoon onderwijs kan een leerling die zes jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar nog één schooljaar in het kleuteronderwijs ingeschreven worden. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad en van het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) nemen de ouders hierover een beslissing.

Voor leerplichtige kinderen die nog geen kleuteronderwijs volgden, is enkel een advies van een CLB vereist.

Een leerling die vijf jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar, kan in het lager onderwijs ingeschreven worden. In dit geval is de leerling onderworpen aan de controle op de leerplicht. Na kennisneming van en toelichting bij de adviezen van de klassenraad en van het CLB nemen de ouders hierover een beslissing.

In het gewoon onderwijs volgt een leerling normaal zes jaar, maar minimaal vier jaar en maximaal acht jaar, les in het lager onderwijs. Een leerling die vijftien jaar wordt vóór 1 januari van het lopende schooljaar kan geen lager onderwijs meer volgen.

Voor toelating tot het achtste jaar is een gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB vereist.
Wanneer een leerling een deel van zijn schoolloopbaan in het gewoon onderwijs en een ander deel in het buitengewoon onderwijs heeft doorgebracht, dan is de mogelijke duur van het lager onderwijs maximaal 9 jaar.

§5 Schoolverandering

Bij schoolverandering deelt de school het aantal halve dagen ongewettigde afwezigheid mee aan de nieuwe school.

 

Artikel 5 Vastleggen van verschillende criteria

§1 Het schoolbestuur legt volgende zaken vast:

- de maximumnormen inzake veiligheid;

- de relatieve aanwezigheid in de school op basis van de thuistaal;

- de criteria inzake draagkracht van de school.

§2 De hierboven vermelde zaken worden, voor zover deze voorhanden zijn, bekendgemaakt in de afsprakennota bij de start van het schooljaar.

 

Artikel 6

Voorrangsgerechtigde leerlingen

§1 Elke leerling die tot dezelfde leefeenheid behoort als een reeds ingeschreven leerling heeft, bij voorrang op alle andere nieuwe leerlingen, een recht op inschrijving in de school.

§2 Aan de hand van officiële documenten wordt het geleverd van de hoofdverblijfplaats .

§3 Deze voorrangsgerechtigde leerlingen kunnen niet worden doorverwezen op basis van hun thuistaal.

 

Artikel 7 Verloop van de procedure

§1 Geen inschrijving

De leerling kan niet worden ingeschreven zolang de ouders het schoolreglement, met inbegrip van het pedagogische project en het informatieboekje, niet hebben ondertekend.

§2 Inschrijving onder ontbindende voorwaarde.

Een leerling met attest buitengewoon onderwijs, uitgezonderd het attest type 8, kan ingeschreven worden onder de ontbindende voorwaarde van onvoldoende draagkracht binnen het schoolteam. In voorkomend geval zal het schoolteam de onvoldoende draagkracht aantonen na horen van ouders en CLB. Het schoolteam motiveert de beslissing binnen de vier werkdagen na het beëindigen van de periode nodig voor overleg. De leerling heeft tot de dag van de beslissing het statuut van ingeschreven leerling.

§3 Definitieve inschrijving

Na ondertekening door de ouders van het schoolreglement, met inbegrip van het pedagogische project en het informatieboekje, wordt de leerling definitief ingeschreven, voor zover de vastgelegde maximumnorm inzake veiligheid niet wordt overschreden.

De ouders ondertekenen hiervoor het inschrijvingsregister.

§4 Weigering

Leerlingen die niet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden dienen geweigerd te worden. Zie hiervoor art. 4 §3 en § 4, art. 5 en art. 24 § 6

De leerling zal worden geweigerd indien de vastgelegde maximumnorm wordt overschreden of indien hij het vorige of daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.
D e ouders ondertekenen hiervoor het aanmeldingsregister en ontvangen hiervan een schriftelijke bevestiging van de directeur.

De gemotiveerde weigeringsbeslissing wordt binnen de 4 kalenderdagen meegedeeld aan de ouders door middel van een aangetekend schrijven of tegen afgiftebewijs.

De ouders kunnen een mondelinge toelichting van de beslissing vragen aan de directeur.

Elke belanghebbende kan, binnen de 30 kalenderdagen na de vastgestelde feiten, een schriftelijke klacht bij de Commissie inzake Leerlingenrechten indienen tegen de weigeringsbeslissing. Deze Commissie doet uitspraak binnen de 5 kalenderdagen.

 

Hoofdstuk 3 Richtlijnen i.v.m. afwezigheden en te laat komen

Artikel 8 Afwezigheden

Zowel voor kleuters als voor leerlingen lager onderwijs is een voldoende aanwezigheid essentieel voor een succesvolle schoolcarrière.

§1 Kleuteronderwijs

Afwezigheden van niet-leerplichtige kinderen moeten niet worden gewettigd door medische attesten. Afwezigheden worden telefonisch of schriftelijk meegedeeld aan de directeur. Voor een leerplichtige leerling die nog een jaar in het kleuteronderwijs doorbrengt, gelden de regels van het lager onderwijs.

§2 Lager onderwijs

1° Afwezigheid wegens ziekte:

Bij een afwezigheid wegens ziekte van maximaal drie opeenvolgende kalenderdagen bezorgen de ouders aan de directeur of de groepsleraar een ondertekende verklaring. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum. Indien tijdens het schooljaar reeds vier maal van deze mogelijkheid gebruik werd gemaakt, is een medisch attest vereist.

Bij een afwezigheid wegens ziekte van meer dan drie opeenvolgende kalenderdagen is steeds een medisch attest verplicht.

Als het enkel gaat om een consultatie dan vragen wij dit zoveel mogelijk buiten de schooluren te regelen. Bij een chronisch ziektebeeld dat leidt tot verschillende afwezigheden volstaat, na samenspraak met de directeur en het CLB één medisch attest. Bij een afwezigheid om deze reden volstaat dan een briefje van de ouders.

2° Afwezigheid van rechtswege:

Bij een afwezigheid van rechtswege bezorgen de ouders aan de directeur of de groepsleraar een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.

Het gaat om volgende gevallen:

- het bijwonen van een familieraad;

- het bijwonen van een begrafenis- of huwelijksplechtigheid van een persoon die onder hetzelfde dak woont als de leerling of van een bloed- of aanverwant van de leerling;

- de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank;

- het onderworpen worden aan maatregelen in het kader van de bijzondere jeugdzorg en de jeugdbescherming;

- de onbereikbaarheid of ontoegankelijkheid van de school door overmacht;

- het beleven van feestdagen die inherent zijn aan de door de grondwet erkende levensbeschouwelijke overtuiging van een leerling.

3° Afwezigheid mits voorafgaandelijke toestemming van de directeur:

Bij een afwezigheid met toestemming van de directeur bezorgen de ouders aan de directeur of de groepsleraar een ondertekende verklaring of een officieel document. De verklaring vermeldt de naam van de leerling, de klasgroep, de reden van afwezigheid, de begindatum en de vermoedelijke einddatum.

Het gaat om volgende gevallen:

- het overlijden van een persoon die onder hetzelfde dak woont of van een bloed- of aanverwant tot en met de tweede graad (het betreft hier niet de dag van de begrafenis);

- het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging aan culturele en/of sportieve manifestaties. Deze afwezigheid kan maximaal 10 al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar bedragen;

- in echt uitzonderlijke omstandigheden afwezigheden voor persoonlijke redenen voor maximaal 4 al dan niet gespreide halve schooldagen per schooljaar.

4° Afwezigheid wegens verplaatsingen van de trekkende bevolking:

In uitzonderlijke omstandigheden kan de afwezigheid van kinderen van binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners gewettigd zijn om de ouders te vergezellen tijdens hun verplaatsingen.

De afspraken over de modaliteiten aangaande het onderwijs op afstand en aangaande de communicatie tussen de school en de ouders worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de directeur en de ouders.

5° Afwezigheden voor topsport voor de sporten tennis, zwemmen en gymnastiek mits toestemming van de directie:
Deze categorie afwezigheden kan slechts worden toegestaan voor maximaal zes lestijden per week (verplaatsingen inbegrepen) en kan enkel als de school voor de betrokken topsportbelofte over een dossier beschikt dat volgende elementen bevat:

•  een gemotiveerde aanvraag van de ouders;

•  een verklaring van een bij de Vlaamse sportfederatie aangesloten sportfederatie;

•  een medisch attest van een sportarts verbonden aan een erkend keuringscentrum van de Vlaamse Gemeenschap;

•  een akkoord van de directie.

§3 De ouders melden de vermelde afwezigheden indien mogelijk ook telefonisch aan de directeur.

§4 Problematische afwezigheden

Alle afwezigheden die niet zijn opgesomd of niet kunnen worden gewettigd zoals beschreven onder §2, worden ten aanzien van de leerling beschouwd als problematische afwezigheden. Ook de afwezigheden gewettigd door een twijfelachtig medisch attest worden als problematische afwezigheid beschouwd. In deze gevallen zal de directeur contact opnemen met de ouders. De ouders kunnen deze afwezigheid alsnog wettigen.

Vanaf meer dan 10 halve schooldagen problematische afwezigheden heeft de school een meldingsplicht ten opzichte van het CLB, dat kan voorzien in begeleiding voor de betrokken leerling in samenwerking met de school.

 

Artikel 9 Te laat komen

§1 Leerlingen moeten tijdig aanwezig zijn.

Een leerplichtige leerling die toch te laat komt, begeeft zich zo spoedig mogelijk naar de klasgroep. De ouders worden bij herhaaldelijk te laat komen van hun kind gecontacteerd door de directie/leerkracht. Ze maken hierover afspraken.

§2 In uitzonderlijke gevallen kan een leerling die daarvoor een gewettigde reden heeft, de school vóór de einduren verlaten. Dit kan enkel na toestemming van de directeur.

 

Hoofdstuk 4 Schorsing van de lessen wegens bepaalde omstandigheden

Artikel 10 Overmacht

§1 De lessen kunnen voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep worden geschorst wegens overmacht.

Hieronder verstaat men een onvoorziene niet-toerekenbare plotselinge gebeurtenis die het onmogelijk maakt om de lessen te laten doorgaan.

§2 De directeur brengt de ouders hiervan, voor zover mogelijk, schriftelijk op de hoogte.

Artikel 11 Pedagogische studiedagen

§1 De lessen kunnen voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep maximum anderhalve dag per schooljaar worden geschorst voor het houden van pedagogische studiedagen voor de leraars.

§2 Deze studiedagen worden bekendgemaakt in het informatieboekje bij de start van het schooljaar.

§3 De lessen kunnen voor alle leerlingen of voor een leerlingengroep maximum één dag per schooljaar worden geschorst voor het houden van een andere studiedag voor de leraars.

Artikel 12 Staking

§1 In geval van staking zal de school zorgen voor het nodige toezicht op de leerlingen.

Enkel indien het niet mogelijk is om in voldoende toezicht te voorzien, zal de school worden gesloten.

§2 De directeur brengt de ouders schriftelijk op de hoogte van de maatregelen die zullen worden genomen.

 

Artikel 13 Verkiezingen

§1 De lessen kunnen maximum één dag per schooljaar worden geschorst wanneer de lokalen naar aanleiding van de verkiezingen zijn gebruikt voor het inrichten van stemopnemingsbureaus.

§2 De directeur brengt de ouders hiervan schriftelijk op de hoogte.

 

Hoofdstuk 5 Bepalingen i.v.m. onderwijs aan huis

Artikel 14

§1 Het onderwijs aan huis is kosteloos.

§2 Een kind dat ten laatste op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar wordt of ouder is dan vijf, heeft recht op tijdelijk onderwijs aan huis indien volgende voorwaarden gelijktijdig zijn vervuld:

- de leerling is meer dan eenentwintig opeenvolgende kalenderdagen afwezig wegens ziekte of ongeval;

- de leerling is chronisch ziek en is 9 halve dagen afwezig;

- de ouders dienen een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, in bij de directeur. Uit het medische attest blijkt dat de leerling de school niet kan bezoeken en dat het toch onderwijs mag volgen;

- de afstand tussen de school en de verblijfplaats van de betrokken leerling bedraagt ten hoogste tien kilometer.

§3 De aanvraag voor tijdelijk onderwijs aan huis gebeurt door de ouders, bij brief of op het daartoe voorziene aanvraagformulier. Bij de aanvraag voegen de ouders een medisch attest waarop wordt vermeld:

- dat het kind langer dan eenentwintig kalenderdagen afwezig is wegens ziekte of ongeval;

- de vermoedelijke duur van de afwezigheid;

- dat het kind de school niet kan bezoeken, maar toch onderwijs aan huis mag volgen.

- Bij chronisch zieke kinderen volstaat een medisch attest van een geneesheer-specialist dat de leerling leidt aan een chronische ziekte en dat de behandeling minstens 6 maanden zal duren;

§4 Indien aan al deze voorwaarden is voldaan, zal de school de dag na het ontvangen van de aanvraag en vanaf de tweeëntwintigste kalenderdag afwezigheid en voor de verdere duur van de afwezigheid van het kind, voor vier lestijden per week onderwijs aan huis verstrekken. Bij chronisch zieke kinderen is onderwijs aan huis voor 4 lestijden mogelijk telkens het kind 9 halve dagen (hoeven niet aan te sluiten) afwezig was;

§5 Bij verlenging van de afwezigheid moeten de ouders opnieuw een schriftelijke aanvraag, vergezeld van een medisch attest, indienen bij de directeur. Bij chronisch zieke leerlingen hoeft er niet telkens opnieuw een medisch attest worden voorgelegd en volstaat een schriftelijke aanvraag van de ouders;

§6 Kinderen die na een periode van onderwijs aan huis de school hervatten, maar binnen een termijn van drie maanden opnieuw afwezig zijn wegens ziekte, hebben onmiddellijk recht op onderwijs aan huis. Wel moet het onderwijs aan huis opnieuw worden aangevraagd volgens de procedure beschreven in §3, 2e en 3e punt.

§7 De concrete organisatie wordt bepaald na overleg met de directeur.

 

Hoofdstuk 6 Afspraken i.v.m. huiswerk, agenda's, rapporten en zittenblijven

Artikel 15 Schoolagenda

In de kleutergroep hebben de leerlingen een heen-en-weerschrift.

Vanaf de eerste leerlingengroep van het lager onderwijs krijgen de leerlingen een schoolagenda. Hierin worden de taken van de leerlingen en mededelingen voor ouders dagelijks genoteerd.

De ouders en de groepsleraar ondertekenen minstens wekelijks de schoolagenda of het heen-en-weerschrift.

Artikel 16 Huiswerk

De huiswerken worden genoteerd in het heen-en-weerschrift of de schoolagenda. Indien een leerling zijn huiswerk vergeet, kan de groepsleraar de nodige maatregelen nemen. Om het huiswerk te kunnen maken, kunnen de leerlingen materialen van de school gebruiken, zoals een passer, een zakrekenmachine, een telraam, een geodriehoek. Dit materiaal wordt respectvol behandeld en keert ongeschonden terug naar de school op de dag dat het huiswerk wordt afgegeven.

Artikel 17 Rapport

Een synthese van de evaluatiegegevens van de leerling wordt neergeschreven in een rapport. Dit rapport wordt bezorgd aan de ouders, die ondertekenen voor kennisneming. Het rapport wordt, in de loop van het schooljaar, ondertekend terugbezorgd aan de groepsleraar.

Artikel 18 Zittenblijven

§1 Op voorwaarde dat aan alle toelatingsvoorwaarden voldaan is, nemen de ouders van de leerling de eindbeslissing inzake:

- de overgang van kleuter- naar lager onderwijs, na kennisneming van en toelichting bij het advies van de klassenraad en het CLB;

- het volgen van een achtste leerjaar lager onderwijs, mits gunstig advies van de klassenraad en een advies van het CLB.

§2 In alle andere gevallen neemt de school de eindbeslissing inzake het al dan niet zittenblijven van de leerling, op basis van een gemotiveerde beslissing van de klassenraad.

 

Hoofdstuk 7 De procedure volgens dewelke getuigschriften basisonderwijs worden toegekend en de procedure volgens dewelke een beroep kan worden ingediend tegen een beslissing van de klassenraad m.b.t. het getuigschrift basisonderwijs

Artikel 19

Het schoolbestuur kan een getuigschrift basisonderwijs, op voordracht en na beslissing van de klassenraad, uitreiken.

Het getuigschrift wordt ondertekend door de voorzitter en ten minste de helft van de leden van de klassenraad, de voorzitter van het schoolbestuur en de houd(st)er.

Het getuigschrift wordt toegekend uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar, tenzij na een beroepsprocedure.

Uitsluitend regelmatige leerlingen van het 6 de leerjaar komen in aanmerking voor het getuigschrift basisonderwijs.

Artikel 20

De regelmatige leerling ontvangt het getuigschrift basisonderwijs indien uit het leerlingendossier blijkt dat de betrokkene bij het voltooien van het lager onderwijs de doelen opgenomen in het leerplan in voldoende mate heeft bereikt.

Als de klassenraad het getuigschrift niet toekent, motiveert het zijn beslissing op basis van het leerlingendossier en deelt het schoolbestuur dit uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar aangetekend mee aan de ouders.

Artikel 21

Beroepsprocedure

§1 Indien aan de leerling het getuigschrift basisonderwijs niet wordt toegekend, kunnen de ouders uiterlijk op de derde werkdag na ontvangst van de schriftelijke kennisgeving, hun bezwaren kenbaar maken tijdens een persoonlijk onderhoud met de directeur.

Van dit onderhoud wordt een verslag gemaakt dat de betrokkenen tekenen voor kennisneming.

Indien de ouders ofwel schriftelijk aan het einde van het onderhoud, ofwel aangetekend uiterlijk binnen de twee werkdagen na het onderhoud, aan de directeur meedelen dat zij hun bezwaren handhaven, kan de directeur de klassenraad onmiddellijk opnieuw samenroepen en wordt de betwiste beslissing opnieuw overwogen.

Indien de klassenraad haar oorspronkelijke beslissing handhaaft, wordt zij opnieuw gemotiveerd en onmiddellijk door het schoolbestuur aangetekend meegedeeld aan de ouders.

Indien de directeur de klassenraad niet bijeenroept op grond van de aangebrachte bezwaren, motiveert hij zijn beslissing en deelt het schoolbestuur deze onmiddellijk aangetekend mee aan de ouders.

§2 Uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de schriftelijke kennisgeving van de beslissing van de directeur of van de nieuwe beslissing van de klassenraad kunnen de ouders aangetekend een beroep instellen bij de daartoe ingerichte beroepscommissie.

Deze beroepscommissie wordt aangesteld door het schoolbestuur.

De beroepscommissie komt bijeen uiterlijk tien werkdagen na het ontvangen van het beroep.

De beroepscommissie onderzoekt de klacht op grond van de gevolgde procedure en de ingebrachte motieven en bezwaren. Hiertoe leggen het schoolbestuur en de ouders onverwijld elk stuk voor dat zij opvraagt.

Na beraadslaging geeft de beroepscommissie een gemotiveerd advies dat onmiddellijk aangetekend wordt verstuurd naar het schoolbestuur en de ouders.

§3 Binnen de vijf werkdagen na kennisname van het advies roept het schoolbestuur de klassenraad samen.

Indien de klassenraad haar oorspronkelijke beslissing handhaaft, wordt zij opnieuw gemotiveerd en onmiddellijk door het schoolbestuur aangetekend meegedeeld aan de ouders.

Dit schrijven vermeldt dat deze beslissing van de klassenraad voor de Raad van State kan worden aangevochten.

§4 Indien de klassenraad gedurende de beroepsprocedure haar oorspronkelijke beslissing herziet om het getuigschrift basisonderwijs alsnog toe te kennen, motiveert zij haar nieuwe beslissing.

§5 De ouders kunnen zich gedurende de procedure laten bijstaan door een raadsman.

Dit kan geen personeelslid van de school zijn.

§6 De beroepsprocedure wordt voor de duur van zes weken opgeschort met ingang van 11 juli.

Artikel 22

Leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs niet behalen, krijgen van de directeur een verklaring met de vermelding van het aantal en de soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs.

 

Hoofdstuk 8 Orde- en tuchtreglement van de leerlingen met inbegrip van de interne beroepsmogelijkheden

Artikel 23 Ordemaatregelen

§1 Indien een leerling door zijn gedrag de goede orde in de school in het gedrang brengt, kan een ordemaatregel worden genomen.

§2 Gewone ordemaatregelen kunnen o.m. zijn:

- een mondelinge opmerking;

- een schriftelijke opmerking in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift die de ouders ondertekenen voor gezien;

- een extra taak die de ouders ondertekenen voor gezien.

Deze opsomming sluit niet uit dat een meer aan het specifiek laakbare gedrag van de leerling aangepaste maatregel wordt genomen.

Deze ordemaatregelen kunnen worden genomen door de directeur of elk personeelslid van de school met een kindgebonden opdracht.

§3 Verdergaande ordemaatregelen kunnen zijn:

-een gesprek tussen de directeur en de betrokken leerling, de directeur maakt hiervan melding in de schoolagenda of het heen-en-weerschrift. De ouders ondertekenen voor gezien;

-de groepsleraar en/of de directeur nemen contact op met de ouders en bespreken het gedrag van de leerling. Van dit contact wordt een verslag gemaakt. Het verslag wordt ondertekend voor kennisname;

-een afzondering uit de klas, bij beslissing van de directeur, onder toezicht en voor maximum één dag. Dit wordt via de schoolagenda of het heen-en- weerschrift meegedeeld aan de ouders.

§4 Indien vermelde ordemaatregelen niet het gewenste effect hebben, kan een individueel begeleidingsplan met meer bindende gedragsregels worden vastgesteld door de directeur.

Dit moet ertoe bijdragen dat een goede samenwerking met personeelsleden en/of medeleerlingen opnieuw mogelijk wordt.

Dit begeleidingsplan wordt opgesteld door de groepsleraar en de directeur. Het wordt steeds besproken met de ouders. Het wordt van kracht van zodra de ouders het begeleidingsplan ondertekenen voor akkoord.

Indien de ouders niet akkoord gaan met het individueel begeleidingsplan, kan de directeur onmiddellijk overgaan tot het opstarten van een tuchtprocedure.

§5 De directeur kan een leerling preventief schorsen telkens voor maximum vijf opeenvolgende schooldagen in afwachting van een tuchtmaatregel. De directeur moet vooraf het advies inwinnen van de klassenraad en de leerling en de ouders horen. De beslissing van de directeur moet met redenen zijn omkleed. Ten laatste de werkdag volgend op het nemen van de beslissing wordt deze aangetekend aan de ouders meegedeeld. Ingeval van preventieve schorsing wordt de leerling uit de leerlingengroep, waartoe hij behoort, verwijderd. Hij moet op de school aanwezig zijn onder toezicht.

§6 Tegen geen enkele ordemaatregel is er beroep mogelijk.

Artikel 24 Tuchtmaatregelen voor leerlingen van het lager onderwijs

§1 Het laakbare gedrag van een leerling kan uitzonderlijk een tuchtmaatregel noodzakelijk maken.

§2 Een tuchtmaatregel kan worden opgelegd indien het gedrag van de leerling:

- het ordentelijk verstrekken van opvoeding en onderwijs in gevaar brengt;

- de verwezenlijking van het pedagogische project van de school in het gedrang brengt;

- ernstige of wettelijk strafbare feiten uitmaakt;

- niet overeenstemt met het eventueel opgestelde individuele begeleidingsplan;

- de naam van de instelling of de waardigheid van het personeel aantast;

- de instelling materiële schade toebrengt.

§3 Tuchtmaatregelen zijn:

- de schorsing.

Een schorsing betekent dat een leerling gedurende een bepaalde periode (meer dan één dag en maximum twintig schooldagen binnen één schooljaar) de lessen niet mag volgen in de leerlingengroep waartoe hij behoort. Hij moet wel op school aanwezig zijn onder toezicht.

- de uitsluiting.

Uitsluiting betekent dat de leerling definitief uit de school wordt verwijderd. De uitsluiting gaat in vanaf het moment dat de leerling in een andere school is ingeschreven, uiterlijk één maand (vakantieperioden niet inbegrepen) na schriftelijke kennisgeving. In afwachting bevindt de betrokken leerling zich in dezelfde toestand als een geschorste leerling.

§4 Zowel schorsing als uitsluiting kunnen slechts nadat de tuchtprocedure werd gevolgd.

§5 Er is geen mogelijkheid tot collectieve uitsluiting: elke leerling moet afzonderlijk worden behandeld.

§6 Het schoolbestuur kan de inschrijving weigeren indien betrokken leerling het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten in een school die ook behoort tot ditzelfde schoolbestuur.

Artikel 25 Tuchtprocedure

§1 Tuchtmaatregelen worden genomen door de directeur.

§2 Hij volgt daarbij volgende procedure:

1. Hij vraagt advies aan de klassenraad die het tuchtdossier beoordeelt.

De klassenraad stelt een gemotiveerd advies op.

Indien de klassenraad adviseert om de leerling te schorsen of uit te sluiten, deelt de directeur aan de ouders mee dat een tuchtprocedure wordt ingezet.

Deze beslissing en het gemotiveerde advies worden binnen de drie werkdagen na de bijeenkomst van de klassenraad aangetekend verstuurd aan de ouders.

In dit schrijven worden zij opgeroepen tot een onderhoud met de directeur over de vastgestelde feiten en de voorgestelde maatregel.

2. De ouders en de leerling kunnen vóór het onderhoud kennis nemen van het tuchtdossier in het bureau van de directeur na afspraak.

Het onderhoud moet uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van de kennisgeving plaatsvinden.

Van dit onderhoud wordt een verslag gemaakt dat wordt ondertekend voor kennisneming.

3. Het onderhoud tussen directeur, de ouders en de leerling gebeurt enkel op basis van elementen uit het tuchtdossier. Bij de uiteindelijke beslissing kan geen rekening worden gehouden met gegevens die niet vooraf zijn bekendgemaakt en/of die geen deel uitmaken van het tuchtdossier.

4. Na dit onderhoud neemt de directeur een gemotiveerde beslissing omtrent de tuchtmaatregel die aangetekend, binnen de drie werkdagen na het onderhoud meegedeeld wordt aan de ouders.

5. Tegen deze beslissing kan aangetekend beroep worden ingesteld bij het college van burgemeester en schepenen binnen de vijf werkdagen na ontvangst van de mededeling. Binnen de tien werkdagen na het instellen van het beroep wordt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen aangetekend aan de ouders meegedeeld. Dit schrijven vermeldt dat de beslissing voor de Raad van State kan worden aangevochten.

§3 De tuchtmaatregel gaat in daags nadat de termijn om beroep aan te tekenen is verstreken of daags na de uitspraak van het college van burgemeester en schepenen.

§4 Bij een definitieve uitsluiting kunnen de ouders, bij het zoeken naar een andere school, worden bijgestaan door de directeur of door het CLB.

Het tuchtdossier kan niet worden overgedragen aan een andere school.

§5 Tijdens de procedure kunnen de ouders zich laten bijstaan door een raadsman.

Dit kan geen personeelslid van de school zijn.

Artikel 26 Tuchtdossier

§1 Een tuchtdossier van een leerling wordt opgesteld en bijgehouden door de directeur.

§2 Het tuchtdossier omvat een opsomming van:

- de gedragingen zoals omschreven in artikel 24, §2;

- de reeds genomen ordemaatregelen;

- de gedragingen die niet overeenstemmen met het individuele begeleidingsplan;

- de reacties van de ouders op eerder genomen maatregelen;

- het gemotiveerd advies van de klassenraad;

- het tuchtvoorstel en de bewijsvoering ter zake.

 

Hoofdstuk 9 Geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning

Artikel 27

§1 De school werkt voor het bereiken van de eindtermen en het nastreven van ontwikkelingsdoelen met de middelen die door de Vlaamse Gemeenschap en door het schoolbestuur ter beschikking worden gesteld.

§2 Om de bijdragen van de ouders inzake niet-eindtermgebonden onderwijskosten te beperken, kan de school gebruik maken van geldelijke en niet-geldelijke ondersteuning door derden.

§3 Dergelijke ondersteuning in de vorm van mededelingen die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, kan enkel in geval van facultatieve activiteiten en na overleg in de schoolraad.

§4 De school zal in geval van dergelijke ondersteuning louter attenderen op het feit dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit ingericht werd door middel van een gift, een schenking, een gratis prestatie of een prestatie verricht onder de reële prijs door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging.

§5 De bedoelde mededelingen kunnen enkel indien:

1° Deze mededelingen kennelijk verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school.

2° Deze mededelingen de objectiviteit, de geloofwaardigheid, de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang brengen.

§6 In geval van vragen of problemen met betrekking tot de geldelijke of niet-geldelijke ondersteuning door derden, richt men zich tot het schoolbestuur.

 

Hoofdstuk 10 Bijdrageregeling

§1 Het schoolbestuur vraagt geen direct of indirect inschrijvingsgeld.

Het schoolbestuur vraagt evenmin een bijdrage voor onderwijsgebonden kosten die noodzakelijk zijn om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven.

De school houdt zich aan de lijst van materialen van het ministerie van onderwijs. Het aangeboden meteriaal is eigendom van de school en wordt respectvol behandeld. Door het ondertekenen van het schoolreglement engageren de ouders zich om samen met hun kinderen het schoolmateriaal respectvol te behandelen. Alleen slijtage door gebruik is niet vergoedbaar. Beschadigde materialen, los van slijtage, moeten worden vergoed.

§2 Het schoolbestuur kan een bijdrage vragen voor onderwijsgebonden kosten, gemaakt tijdens de normale aanwezigheid van de leerlingen, wanneer deze niet noodzakelijk zijn om een eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven, maar tot doel hebben deze te verlevendigen.

Volgende bijdragen kunnen van de leerlingen worden gevraagd:

- de toegangsprijs voor het zwembad, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor de toegangsprijs door de Vlaamse Gemeenschap wordt gedragen;

- de toegangsprijs bij pedagogisch-didactische uitstappen;

- de deelnamekosten bij eendaagse extra-murosactiviteiten;

- de kosten bij projecten;

- de kosten van gemeenschappelijk vervoer bij pedagogisch-didactische uitstappen, eendaagse extra-murosactiviteiten en zwemmen, met uitzondering van de leerlingengroep waarvoor de vervoerkosten naar het zwembad door de Vlaamse Gemeenschap worden gedragen;

- de aankoopprijs van turn- en zwemkledij;

- de kosten bij feestactiviteiten;

- occasionele activiteiten;

Het totaal van de bijdragen kan per schooljaar per kleuter maximaal €20 en voor een leerling van het lager onderwijs maximaal €60 bedragen. de bedragen zijn onderworpen aan een indexering vanaf het schooljaar 2011 – 2012.

§3 Meerdaagse extra-murosactiviteiten.

Zowel het principe van het inrichten van meerdaagse extra-murosactiviteiten als de bijdrage van de ouders hiervoor nodig is voorwerp van onderhandeling in de schoolraad. Dergelijke activiteiten zijn niet toegestaan in het kleuteronderwijs. In het lager onderwijs mag de totale kostprijs over de ganse duur van de lagere school niet meer dan €360 bedragen. Dit bedrag is onderworpen aan een indexregeling vanaf het schooljaar 2011 – 2012.

§4 Persoonlijke uitgaven zijn facultatief en vallen ten laste van de gebruiker.

Het kan gaan om uitgaven voor:

- leerlingenvervoer;

- vervoer en deelname aan buitenschoolse activiteiten (o.a. Stichting Vlaamse Schoolsport);

- voor- en naschoolse opvang;

- middagtoezicht;

- maaltijden en dranken;

- abonnementen voor tijdschriften;

- nieuwjaarsbrieven;

- klasfoto's;

- steunacties.

§5 Het schoolbestuur bepaalt jaarlijks of wanneer de noodzaak zich voordoet, na overleg in de schoolraad:

- het maximumbedrag van de leerlingenbijdragen voor onderwijsgebonden kosten;

- de tarieven van de vaste uitgaven;

- de modaliteiten en de periodiciteit van betaling.

Deze informatie wordt bekendgemaakt in het informatieboekje bij de start van het schooljaar.

§6 Het schoolbestuur kan in uitzonderlijke gevallen, na advies van de directeur en in samenspraak met de ouders, een van de volgende afwijkingen op de leerlingenbijdragen toestaan:

- vermindering van betaling;

- spreiding van betaling;

- uitstel van betaling;

- kwijtschelding van betaling.

§7 De directeur beslist, binnen het jaarlijkse maximumbedrag van de leerlingenbijdragen voor onderwijsgebonden kosten, over occasionele uitgaven. Deze worden afzonderlijk en schriftelijk meegedeeld aan de ouders.

§8 In geval van vragen en problemen omtrent de bijdrage richt men zich tot de directeur.

 

Hoofdstuk 11 Algemeen rookverbod

Artikel 29

Het is verboden te roken binnen de volledige instelling, met inbegrip van zowel de gebouwen als de speelplaatsen, sportterreinen en andere open ruimten en bij extra-murosactiviteiten.

Bij overtreding van deze bepaling

-zal de leerling gesanctioneerd worden volgens het orde- en tuchtreglement opgenomen in dit schoolreglement;

-zullen ouders en/of bezoekers verzocht worden te stoppen met roken of het schooldomein te verlaten

 

Hoofdstuk 12 Privacy

Artikel 30 Algemeen

Het schoolbestuur leeft de verplichtingen na die voortvloeien uit de privacywetgeving.

Artikel 31 Gebruik van verborgen camera's

De school gebruikt geen verborgen camera's, tenzij met het oog op het vastleggen van feiten of handelingen die schade toebrengen aan personen of zaken binnen de instelling.

Er moeten ernstige en gestaafde vermoedens bestaan omtrent deze feiten en handelingen.

Het moet gaan om feiten en handelingen die niet op een andere wijze kunnen worden vastgesteld.

Artikel 32

Meedelen van leerlingengegevens aan derden

De school zal geen leerlingengegevens meedelen aan derden, tenzij voor de toepassing van een wettelijke of reglementaire bepaling.

Artikel 33

Afbeeldingen van personen

Afbeeldingen van leerlingen kunnen worden gepubliceerd, tenzij de betrokken ouders schriftelijk hun toestemming weigeren.

 

Hoofdstuk 13 Grensoverschrijdend gedrag

Artikel 34

§1 Het schoolbestuur heeft zowel een preventieadviseur psycho-sociale belasting als een vertrouwenspersoon aangesteld die bevoegd zijn voor het ontvangen en opvolgen van klachten over grensoverschrijdend gedrag binnen de school.

§2 Hun namen en functies worden bekendgemaakt in de afsprakennota bij de start van het schooljaar.

 

Hoofdstuk 14 Overdracht van het multidisciplinair CLB-dossier

Artikel 35

§1 Van iedere leerling wordt een multidisciplinair dossier aangelegd bij het begeleidende CLB.

Dit dossier bevat alle voorhanden zijnde relevante persoonlijke gegevens m.b.t. de leerling. Het dossier kan door de ouders worden ingezien op eenvoudig schriftelijk verzoek bij het begeleidende CLB.

§2 Het CLB is verplicht leerlingen en ouders te informeren over de eventuele overdracht van het multidisciplinaire CLB-dossier in geval van schoolverandering.

§3 In geval van schoolverandering in de loop van het schooljaar gebeurt de overdracht na afloop van een wachttijd van 10 dagen, die begint te lopen vanaf de inschrijving in de nieuwe school.

§4 In geval van inschrijving bij de start van het schooljaar gebeurt de overdracht na afloop van een wachttijd van 10 dagen, die begint te lopen vanaf 1 september van het nieuwe schooljaar.

§5 De betrokken ouders kunnen door middel van een aangetekend schrijven bij de directeur van het CLB ofwel afzien van de wachttijd om de overdracht te bespoedigen, ofwel binnen de 10 dagen na inschrijving in de nieuwe school verzet aantekenen tegen deze overdracht.

§6 In geval van verzet zal het CLB enkel de verplicht over te dragen gegevens verzenden naar het nieuwe CLB, met name de medische gegevens en de gegevens m.b.t. de leerplichtcontrole, samen met een kopie van het verzet.

Het CLB bewaart de gegevens waartegen verzet werd aangetekend tot 10 jaar na het laatste contact.

 

Hoofdstuk 15 Deelname aan extra-murosactiviteiten

Artikel 36

Aangezien het de bedoeling is om zoveel mogelijk leerlingen te laten deelnemen aan de extra-murosactiviteiten, nemen zij in principe deel aan alle voor hen bestemde extra-murosactiviteiten, tenzij de ouders voorafgaand en schriftelijk weigeren.
In geval van niet-deelname moet de betrokken leerling niettemin op school aanwezig zijn, waar in aangepaste opvang zal worden voorzien.

Activiteiten die volledig buiten de schooluren vallen, vallen hier niet onder, bijvoorbeeld een sportactiviteit op woensdagnamiddag of tijdens vakanties.

 

Hoofdstuk 16 Keuze van de levensbeschouwelijke vakken

Artikel 37

§1 Bij elke inschrijving van hun leerplichtige kind in het lager onderwijs beslissen de ouders, bij ondertekende verklaring:

- dat hun kind een cursus in één der erkende godsdiensten volgt;

- dat hun kind een cursus niet-confessionele zedenleer volgt.

Ouders die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer, kunnen op aanvraag een vrijstelling bekomen.

De ouders zijn verplicht deze keuze te maken bij de eerste inschrijving in de school. Deze verklaring wordt binnen de 8 kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag van inschrijving in de school of vanaf 1 september, afgegeven aan de directeur.

De ouders kunnen bij het begin van elk schooljaar hun keuze wijzigen.

§2 In de kleuterschool wordt geen godsdienst-zedenleer keuze gemaakt tenzij voor die kleuters die verplicht één jaar langer in het kleuteronderwijs verblijven omdat ze niet aan alle toelatingsvoorwaarden lager onderwijs voldoen. De ouders kunnen in dit geval een keuze godsdienst of zedenleer maken. Ze kunnen hun kleuter deze lessen laten bijwonen in onze lagere school (of in school waar het gevraagde levensbeschouwelijk vak aangeboden wordt)

 

Hoofdstuk 17 Vrijstelling wegens een bepaalde handicap

Artikel 38

Leerlingen met een handicap die gewoon lager onderwijs volgen, maar omwille van hun handicap bepaalde leergebieden of onderdelen ervan niet kunnen volgen, kunnen daarvoor een vrijstelling krijgen indien zij vervangende activiteiten volgen.

De klassenraad beslist, in overleg met het integratieteam, autonoom over de vervangende lessen en activiteiten.

 

Hoofdstuk 18 Klachtenprocedure

Artikel 39

§1 Elke ouder kan naar aanleiding van schoolgerelateerde beslissingen of feiten een klacht indienen bij de directeur, op voorwaarde dat er geen specifieke klachtenprocedure is voorzien.
Deze klacht wordt schriftelijk en op gemotiveerde wijze ingediend uiterlijk binnen de zeven kalenderdagen na kennisneming van de beslissingen of feiten.
De directeur doet een schriftelijke ontvangstmelding van de klacht binnen de tien kalenderdagen na ontvangst.

§2 Vooraleer verder te gaan met de procedure onderneemt de directeur een bemiddelingspoging met alle betrokkenen. Deze bemiddeling kan bestaan uit een overleg tussen de betrokken ouder(s) en de bevoegde perso(o)n(en), al dan niet in aanwezigheid van de directeur.
Als dit overleg niets oplevert, stuurt de directeur de klacht door naar het schoolbestuur. Hij doet dit binnen de tien kalenderdagen na de ontvangst van de klacht.

§3 Het schoolbestuur kan het dossier opvragen en/of inlichtingen inwinnen (indien niet in eigen bezit) bij de betrokken school binnen de tien dagen na ontvangst van de klacht.
Het schoolbestuur maakt hiervan in voorkomend geval melding aan de betrokken ouder(s).

§4 Het schoolbestuur behandelt de klacht niet indien de klacht kennelijk ongegrond is of de ouder er geen belang bij heeft.
Als de klacht niet in behandeling wordt genomen, wordt de ouder daarvan onverwijld schriftelijk in kennis gesteld. De weigering om een klacht te behandelen, wordt gemotiveerd.

§5 Het schoolbestuur neemt na onderzoek een gemotiveerde beslissing. Deze beslissing wordt binnen de tien kalenderdagen schriftelijk meegedeeld aan de betrokkenen.
Desgevallend doet het schoolbestuur betekening van het besluit waarbij de oorspronkelijke beslissing wordt ingetrokken of hervormd. Deze betekening gebeurt binnen de tien dagen na het nemen ervan.

§6 Indien de behandeling van de klacht meerdere weken of maanden in beslag neemt, informeert de directeur regelmatig de betrokken ouder(s) over de stand van het dossier, en dit minstens om de drie maanden.

§7 De klachtenprocedure schorst de beslissingen waartegen klacht wordt ingediend, niet op.

 

Hoofdstuk 19 Leerlingenraad

Artikel 40

De school kan een leerlingenraad oprichten. Wanneer ten minste 10% van de leerlingen uit het 4 de , 5 de en 6 de leerjaar erom vragen ( met een minimum van 3 leerlingen) is de school verplicht om een leerlingenraad op te richten. De leerlingenraad wordt via verkiezingen samengesteld.

 

Hoofdstuk 20 Engagementsverklaring

Artikel 41

§ 1 Oudercontacten

De ouder(s) woont (wonen) de oudercontacten bij.

De school organiseert daartoe op geregelde tijdstippen oudercontacten. De ouders en de school zelf kunnen op eigen initiatief bijkomende oudercontacten voorstellen.

Via de afsprakennota (infobrochure) vernemen de ouders hoe dit in de praktijk in zijn werk gaat.

§ 2 Voldoende aanwezigheid

De ouders sturen hun kind elke schooldag en op tijd naar school, dit verhoogt de kansen op schoolse successen. Zij respecteren de afspraken zoals die opgenomen zijn in dit artikel en de artikelen acht en negen hierboven.

De voldoende aanwezigheid speelt een rol in het toekennen van de schooltoelage.

In het geval een kind problematisch (ongewettigd) afwezig is, zal de school contact opnemen met de ouders.

Indien het kind tien of meer halve dagen ongewettigd afwezig is, moet de school het CLB inschakelen.

§3 Deelnemen aan individuele begeleiding

Sommige kinderen hebben nood aan een individuele begeleiding. Voor kinderen die daar nood aan hebben, werkt de school vormen van individuele ondersteuning uit en ze maakt daarover afspraken met de ouders zoals voorzien in het zorgbeleid.

De ouders ondersteunen op een positieve manier de maatregelen die in samenspraak genomen zijn.

§4 Nederlands is de onderwijstaal van de school

Ouders moedigen hun kinderen aan om Nederlands te leren.

 

Hoofdstuk 21 Medicatie

Artikel 42

§ 1 De school dient uit eigen beweging geen medicatie toe. Bij ziekte zal ze in de eerste plaats een ouder of een door u opgegeven contactpersoon trachten te bereiken. Indien dit niet lukt en afhankelijk van de hoogdringendheid, zal de school de eigen huisarts, een andere arts of eventueel zelfs de hulpdiensten contacteren.

§ 2 De ouders kunnen de school verzoeken om medicatie toe te dienen.

De school kan weigeren om medicatie toe te dienen, tenzij:

1. die is voorgeschreven door een arts én

2. die omwille van medische redenen tijdens de schooluren toegediend moet worden.

Zij doen dit schriftelijk met vermelding van:

- de naam van het kind

- de datum

- de naam van het medicament

- de dosering

- de wijze van bewaren

- de wijze van toediening

- de frequentie

- de duur van de behandeling

§3 In overleg met de CLB arts kan het personeelslid van de school alsnog weigeren medicatie toe te dienen. In onderling overleg tussen de school, het CLB en de ouders wordt naar een passende oplossing gezocht.

 

Hoofdstuk 22 Slotbepaling

Artikel 43

Meer specifieke regels en afspraken worden na overleg in de schoolraad opgenomen in het informatieboekje (afsprakennota) van de school.

De afspraken maken integraal deel uit van het schoolreglement.

 

 

 

Terug naar top pagina


De afsprakennota

 

DEZE AFSPRAKENNOTA MAAKT INTEGRAAL DEEL UIT VAN HET SCHOOLREGLEMENT VAN DE GEMEENTELIJKE BASISSCHOOL OVERIJSE

 

Hoofdstuk 1 Situering van onze school

•  Naam en adres, telefoon

 

GEMEENTELIJKE BASISSCHOOL OVERIJSE

HEUVELSTRAAT 57

3090 OVERIJSE

TEL: 02 687 78 17 FAX: 02 688 09 52

http://www.gbsoverijse.be

Instellingsnummer: 005793

 

Vestigingsplaats

Structuur Onderwijs
Kleuteronderwijs Lager

Administratieve vestigingsplaats

Adres: Heuvelstraat 57

3090 Overijse
Tel.: 02 / 687 78 17

Fax: 02 / 688 09 52
E-mail: gbodcahy@hotmail.com

 

 

 

8 klassen 24 / 24

1 logopediste 7 / 28

1 kinderverzorgster 12/32

 

12 klassen 24 / 24

1 taakklas 12 / 24

1 GOK-begeleider 18 / 24

1 logopediste 12 / 28

1 zorgcoördinator 36 / 36

1 TNN-leerkracht 6 / 24

Vestigingsplaats 2

Adres: Arthur Michielsplein 3
3090 Terlanen Overijse
Tel.: 016 / 47 36 61
E-mail: wijkschool .terlanen@gbsoverijse.be

 

 

 

1 klas 24 / 24

1 logopediste 2 / 28

ambulante steun van kinderverzorgster en zorgcoördinator

 

 

1.2 Schoolbestuur (juridische aard en samenstelling)

 

Wij zijn een gemengde basisschool die behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijs.

Schoolbestuur: Gemeentebestuur van Overijse
Justus Lipsiusplein 9
3090 Overijse
Tel.: 02 / 687 60 40
Burgemeester:
Brankaer Dirk Eeuwfeestplein 9 3090 Overijse 02 / 688 01 50
Schepen van onderwijs :
Stouffs Kristel Brusselsesteenweg 100 3090 0verijse 02 / 688 23 83

Andere schepenen:

Dewolf Dirk Frans Verbeekstraat 17 3090 Overijse 02 / 687 44 15

Van den Wijngaert Leo Leuvensestraat 23 3090 Overijse 02 / 305 33 24

Deman Pieter F. Bergiersstraat 116 3090 Overijse 02 / 687 20 30

Van den Berge Peter Kerselarenstraat 42 3090 Overijse 0495/ 65 82 94

Willekens Sven G. Danhieuxstraat 53 3090 Overijse 02 / 688 41 45

Lenseclaes Inge Nijvelsebaan 71 3090 Overijse 0497/ 48 72 18

 

Voor vragen i.v.m. het onderwijs in de gemeente kunt u steeds terecht bij:
Stouffs Kristel Brusselsesteenweg 100 3090 0verijse 02 / 688 23 83

1.3 Personeel

 

De wet op de privacy bepaalt dat het schoolbestuur het privé-adres en het telefoonnummer van de personeelsleden niet mag verspreiden nog via het schoolreglement noch via een ander kanaal.

 

Naam Uren Klas

Instapklas 24/24 Annelies Germeijs

1 kl A 24/24 Aline Vandenplas

1 kl B 24/24 Maaike Visser

2 kl A 12/24 Hilde Borghans /

12/24 Sabrina Van Binst

2 kl B 24/24 Christine Kesters

3 kl A 24/24 Lesley Cammaerts

3 kl B 24/24 Luce Spans

3 kl C 24/24 Luce Kathleen Goudmaeker

Kinderverzorgster 13/32 Kathleen Joly

 

1A 24/24 Stéphanie Kumps

1B 24/24 Ingrid Vleminx

2A 24/24 Greet Colin

2B 12/24 Anne Moers

2B 12/24 Sara Lippens

3A 24/24 Brigitte Kumps

3B 24/24 Denise Vandenbemden

4A 24/24 Annemie Vriens

4B 24/24 Sofie Draulans

5A 12/24 Geert Vandervelde

12/24 Emmy Vanderkelen

5B 24/24 Geert Vanderveken

6A 24/24 Christa Bellicourt

6B 24/24 Marleen Van Pevenage

RK godsdienst 24/24 Erik Stas

Zedenleer 12/24 Veerle Eggerickx

 

L.O. 24/24 Anne Sohie

L.O. 17/24 Marcel Bosselaar

 

Taakleerkracht 12/24 Martine Evers

GOK 18/24 Sigrid Heymans/Sara Lippens

ICT 10/36 Koen Vlaeyen

Zorgcoördinator 26/36 Ineke Van Laeken

Administratie 36/36 Magda Vlasseman

Administratie 11 /36 Joëlle Erkens

TNN 6/24 Sara Lippens

De personeelsformatie bestaat ook uit het keuken- en onderhoudspersoneel waarvan

de taakopsomming en functieomschrijving ter inzage liggen in het kantoor van KarolienVankeerberghen, diensthoofd onderhoudspersoneel.

Toezichthoudend personeel

De voor- en naschoolse opvang wordt begeleid door Detroch Andy en De Vroe Christel

 

1.4 Klassenraad

De klassenraad is een team van personeelsleden (eventueel aangevuld met externe deskundigen) dat onder leiding van de directeur of zijn afgevaardigde samen de verantwoordelijkheid draagt voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlin­gen­groep of een individuele leerling.

1.5 Scholengemeenschap

De school behoort tot de scholengemeenschap HATWEEJO met volgende scholen als leden:

Gemeentelijke Basisschool Heuvelstraat 57 3090 Overijse

Gemeentelijke kleuterschool Patrijzenlaan 23A 3090 Overijse

Gemeentelijke Basisschool Brusselsesteenweg 592 3090 Overijse

Gemeentelijke Basisschool Dorpstraat 81 3050 Oud-Heverlee

Gemeentelijke Basisschool A. Verheydenstraat 19 3050 Haasrode

Gemeentelijke Basisschool Bierbeekstraat 4 3050 Blanden

Gemeentelijke Basisschool Wilgenpad 1 3040 Ottenburg

Gemeentelijke Basisschool Elzasstraat 17 3040 Huldenberg

Voorzitter van het beheerscomité is Kristel Stouffs.

1.6 Schoolraad

 
Elke school gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, moet een schoolraad oprichten.  Via de schoolraad participeren ouders, personeel en de lokale gemeenschap samen in het schoolbeleid met elk evenveel vertegenwoordigers. De schoolraad informeert en communiceert over zijn werking aan de ouders, leraren en inrichtende macht. 
De vertegenwoordigers in de schoolraad worden rechtstreeks verkozen. Ouders kiezen ouders, personeel kiest personeel. De stemming is geheim en verplicht voor het personeel.
De vertegenwoordigers van de lokale gemeenschap worden gecoöpteerd door de andere leden. De schoolraad wordt om de vier jaar opnieuw samengesteld.

Bevoegdheden.
De schoolraad adviseert, overlegt of geeft zijn instemming
. De schoolraad oefent zijn bevoegdheden uit tegenover het schoolbestuur of de directeur overeenkomstig het pedagogisch project. Een advies moet binnen een termijn van 21 kalenderdagen gegeven worden, een instemming binnen de 14 kalenderdagen.

Het schoolbestuur moet verantwoorden waarom zij een advies van de schoolraad niet volgt. Wanneer de schoolraad overlegt met het schoolbestuur, komt er een akkoord of niet-akkoord. Een akkoord wordt door de inrichtende macht uitgevoerd. Is er geen akkoord, dan neemt het schoolbestuur de eindbeslissing. Het schoolbestuur kan bevoegdheden overdragen aan de directeur.

Bij de start van de schoolraad bestaat elke geleding uit drie vertegenwoordigers, daarna legt de raad zelf het aantal vast: minstens twee en hoogstens vijf. Het mandaat van vertegenwoordigers eindigt van rechtswege als zij (of hun kinderen) de school verlaten.

De schoolraden van dezelfde scholengemeenschap organiseren een "medezeggenschapscollege" dat tenminste overlegbevoegdheid heeft over de ordening van een rationeel onderwijsaanbod en het maken van afspraken over objectieve leerlingenoriëntering en -begeleiding.

Het decreet legt minimale bevoegdheden vast.

Een overzicht in tabelvorm.

de schoolraad

de inrichtende macht

de directeur

adviseert

  • de bepaling van het profiel van de directeur
  • het studieaanbod
  • de samenwerking met andere schoolbesturen of externe instanties
  • opstapplaatsen en busbegeleiding leerlingenvervoer
  • de algemene organisatie en werking van de school
  • het nascholingsbeleid
  • experimenten en projecten

overlegt

  • het beleidsplan of -contract met het CLB
  • infrastructuurwijzigingen
  • de criteria voor de aanwending van lestijden, uren, uren-leraar en punten
  • het schoolwerkplan
  • het schoolreglement (behalve orde- en tuchtreglement en bijdragen ouders: zie instemming)
  • het welzijns- en veiligheidsbeleid op school
  • duur en tijdstip stage

stemt in

•  het orde- en tuchtreglement in hoofde van leerlingen

  • de lijst van bijdragen die aan de ouders kunnen worden gevraagd en de afwijkingen daarop
  • de organisatie van extra-muros- en parascolaire activiteiten

De huidige schoolraad bestaat uit:

De voorzitter: Van Lysebeth Luc

De secretaris: nog te bepalen

De vertegenwoordigers van het personeel: Bellicourt Christa

Van Pevenage Marleen

De vertegenwoordigers van de ouders: Vanderperren Guy

Landtsheere Miranda

De vertegenwoordigers van de lokale gemeenschap worden gecoöpteerd.

Miranda Verhofstadt

Jean Decock

Lieve Dehoux

De directeur zetelt ambthalve met raadgevende stem in de schoolraad.

 

De voorzitter bepaalt de agendapunten. De leden kunnen uiterlijk 10 kalenderdagen voor de vergadering een schriftelijke vraag stellen om een onderwerp aan de agenda toe te voegen.

1.7 Oudervereniging

De oudervereniging is een V.Z.W., die tot doel heeft de samenspraak tussen ouders en school te bevorderen. Ze ondersteunt de school op financieel vlak o.a. via inkomsten uit festiviteiten. Ze geeft haar medewerking aan de organisatie van het zomerfeest, organiseert thema-avonden, ……

Deze vereniging bestaat uit ouders en vertegenwoordigers van de school. Het bestuur wordt jaarlijks herkozen. De samenstelling van het bestuur wordt u in een apart schrijven meegedeeld. Gedurende een schooljaar worden er een 5-tal algemene vergaderingen gepland. Alle ouders krijgen via hun kind(eren) een verslag van deze vergaderingen.

 

De oudervereniging is lid van KOOGO (Koepel voor Ouderverenigingen van het Officieel Gesubsidieerd Onder­wijs)

Nederpolder 29000 Gent

Tel. (09) 269 70 04 GSM: 0473 27 34 18

1.8 De leerlingenraad

De school zal dit schooljaar een leerlingenraad oprichten als ten minste 10% van de leerlingen van het vierde, vijfde en zesde leerjaar er om vragen.

1.9 Pedagogische begeleiding

Het schoolbestuur en het personeel laten zich begeleiden door het Onderwijsse­cre­ta­riaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap (OVSG vzw).

Ravensteingalerij 3 bus 7

1000 Brussel

Hans Vanbedts is de contactpersoon voor onze school.

1.10 Pedagogisch project

•  De gemeenteschool staat open voor iedereen en weigert elke sociale en/of economische selectie.

Zij beoogt een gelijke bezorgdheid voor alle kinderen, ongeacht hun sociaal of cultureel milieu.

•  De gemeenteschool is bij uitstek een ontmoetingsoord, een sociaal milieu, een plaats waar men leert, waar men samen spreekt, samen speelt, waar men het leven met alle andere kinderen deelt.

Zij bevordert het sociaal bewustzijn en sociale vaardigheden.

Zij leert kinderen positieve relaties met andere kinderen op te bouwen en zich niet te laten beïnvloeden door negatieve groepsdruk.

•  De gemeenteschool eerbiedigt alle breedmenselijke filosofische, ideologische en godsdienstige opvattingen. Zij brengt respect bij voor het anders zijn van anderen en voor het leefmilieu. Ze is een school waar verdraagzaamheid en zelfstandigheid in de hand gewerkt worden. Ze verrijkt zich door de uitwisseling van en de confrontatie tussen verschillende ideeën en overtuigingen.

•  De gemeenteschool staat dicht bij de burger en is democratisch. Het schoolbestuur is het Gemeentebestuur van Overijse. De school spant zich in om tegemoet te komen aan de verantwoorde doelstellingen van gemeentebestuur en ouders op het vlak van opvoeding en onderwijs voor de kinderen.

•  De gemeenteschool eerbiedigt de rechten van het kind.

Zij heeft aandacht voor de affectieve, emotionele, cognitieve en motorische ontwikkeling.

•  Het welzijn naar geest en lichaam van elk kind wordt gestimuleerd door de kinderen te

helpen een positief zelfbeeld te realiseren. Dit gebeurt door bewustmaking van de eigen

mogelijkheden en het bijbrengen van vaardigheden om die mogelijkheden ten volle te leren benutten.

•  De gemeenteschool bevordert de kritische zin, de zin voor zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en vrijheid. Zij moedigt de creativiteit van het kind aan.

•  De gemeenteschool helpt een goede leermethode te verwerven en heeft aandacht voor remediëring van kinderen met leermoeilijkheden.

•  In het onderwijs worden nieuwe technologieën gebruikt.

•  De school volgt de ontwikkelingsdoelen en eindtermen van de Vlaamse Regering.

 

1.11 Onderwijsaanbod

Activiteiten in de instapklas en de eerste kleuterklas.

De kinderen beginnen 's morgens in de kring. Er wordt gewerkt naar een groepsrooster en doorgaans rondom een project. Jonge kinderen leren veel door spelen. Dit gebeurt dan ook in de kleutergroepen. De leerkracht houdt goed in de gaten hoe dat proces verloopt. Er is een duidelijke structuur, er wordt geobserveerd en geregistreerd via ons schooleigen kindvolgsysteem.
Elke dag wordt er aandacht besteed aan het werken met ontwikkelingsmateriaal. Dit gebeurt in groepjes. In één week worden bepaalde ontwikkelingsgebieden geoefend. De beeldende vorming krijgt veel aandacht. Wekelijks worden er verschillende technieken aangeboden. Er wordt veel aandacht geschonken aan de taal / denkontwikkeling van de kleuters d.m.v. het aanbieden van prentenboeken, het houden van kring- en leergesprekjes, poëzie, spel met handpoppen en drama. Er zijn verschillende hoeken in de kleuterlokalen, die bijdragen tot een bredere ontwikkeling van de kleuters. Als ruggengraat gebruiken wij o.a. “TOK” van Averbode.

Activiteiten in de tweede en de derde kleuterklas.

Hier komt voornamelijk de voorbereiding op de basisvoorwaarden ( lezen, schrijven en rekenen) aan bod.
Bewegingsactiviteiten nemen een belangrijke plaats in. Bij droog weer spelen de kinderen geregeld buiten. Binnen de groep wordt er regelmatig aan expressie gedaan. Muzische vorming neemt een centrale plaats in.
Al heel snel krijgen kinderen activiteiten en materialen aangeboden die voorbereidend werken op de basisvaardigheden voor expressie, motoriek, lezen, rekenen en schrijven. Taalactiviteiten in de kring, eenvoudige tel-spelen, leren sorteren, rubriceren zijn hiervan enkele voorbeelden. Ook in de hoeken worden deze ontwikkelingsgebieden gestimuleerd. Voor kinderen in de 2 de en 3 de kleuterklas zijn er voldoende mogelijkheden om zich vormen, letters en cijfers eigen te maken en zelfs tot ontluikend lezen en initieel rekenen te komen. . Als ruggengraat gebruiken wij hiervoor de “Schatkist” van uitgeverij Zwijsen en “TOK” van Averbode.

Activiteiten in de lagere school.

Taal

Het onderwijs in de Nederlandse Taal is veelomvattend.
In het eerste leerjaar wordt gestart met lezen als vak. Wij gebruiken daarbij de nieuwste versie van “Veilig leren lezen” (de Maan – Roos – Vismethode), een methode die ontwikkeld is door uitgeverij Zwijsen en die bekend staat als de meest succesvolle op de markt.

De klasgroepen 2 t/m 6 werken met de methode “Tijd voor taal”; een methode van Van In die nauw aansluit bij “Veilig leren lezen” en die veel aandacht besteedt aan luisteren, spreken, lezen, stellen en taalbeschouwing.

Behalve aan technisch lezen, wordt er ook nog aandacht besteed aan expressief lezen, begrijpend lezen en studerend lezen.

Onze school is van mening dat taalonderwijs erop gericht moet zijn kinderen te brengen tot een individueel taalgebruik waarbij ze bewust de taalvorm kiezen en hanteren die op een bepaald ogenblik overeen komt met de eisen van de concrete situatie. Het accent komt daarbij te liggen op de communicatieve functie van de taal zonder de structurele aspecten die betrekking hebben op de vorm van de taal, uit het oog te verliezen.

Om deze doelstelling nog beter te bereiken, gebruiken wij een taalmethode die goedgekeurd is door het Departement en die meer nog voldoet aan de gewijzigde, opgelegde ontwikkelingsdoelen en eindtermen.

De algemene doelstellingen zijn:

•  De leerling is in staat om op zijn niveau te luisteren, te spreken, te lezen en te schrijven .

De mondelinge taalvaardigheden, luisteren en spreken, worden thuis en in de kleuterafdeling geleerd en verder ontwikkeld in de lagere afdeling. De schriftelijke vaardigheden, lezen en schrijven, worden meestal geleerd in de lagere afdeling. In deze doelstelling gaat het voornamelijk om de technische aspecten van de taalvaardigheid: bijvoorbeeld bij lezen en schrijven om het verklanken en verletteren.

•  De leerling is bereid en in staat om op zijn niveau met taal deel te nemen aan relevante communicatieve situaties in en buiten de school. Hij kan zijn taalgedrag aanpassen aan deze situaties .

In deze doelstelling gaat het vooral om functionele aspecten van het gepast taalgedrag. De communicatieve situatie bestaat uit een teksttype. De leerling onderkent in welke concrete situatie hij kiest voor een bepaald teksttype en kan zijn talig handelen sturen volgens de eisen van de taalgebruiksituatie.

•  De leerling wil en kan op zijn niveau zijn persoonlijke leef- en belevingswereld ‘vertalen' en kan de leef- en belevingswereld van anderen begrijpen indien deze in taal is weergegeven.

Schoolse kennis blijft dikwijls louter verbaal. Met deze doelstelling proberen we de kinderen aan te sporen hun ervaringen in taal weer te geven, te ordenen en er met elkaar over te communiceren.

•  De leerling kan op zijn niveau bewust en kritisch nadenken over het taalgedrag van zichzelf en van anderen.

Met deze doelstelling wordt het belang van de taalbeschouwing in brede zin beklemtoond. Via taalgebruik en taalbeschouwing komen kinderen geleidelijk tot gepast taalgebruik.

•  De leerling wil en kan binnen de grenzen van het taalsysteem zijn mogelijkheden tot persoonlijk taalgebruik op zijn niveau tonen en de anderen in hun persoonlijk taalgebruik waarderen. De leerling heeft een onbevooroordeelde houding tegenover taalverscheidenheid en taalvariatie .

Door taal kunnen we onze mogelijkheden als individu verkennen en ontwikkelen. Door en in taal bouwen we onze eigen wereld op.

We kunnen van het algemene communicatiemiddel zelfstandig en op een eigen wijze gebruik maken. We willen kinderen hun zelfvertrouwen in het eigen taalgebruik stimuleren. Dit geldt eveneens voor kinderen die van huis uit niet de schooltaal spreken of ook nog een andere thuistaal hebben. We willen eveneens kinderen respect bijbrengen voor het taalgebruik van anderen.

•  De leerling beleeft plezier aan de omgang met taal en in talige expressie.

Deze doelstelling hangt samen met de vorige. In taal kunnen we creatief denken en handelen. Zelfs de allerjongste kinderen kunnen al genieten van het taalgebruik van zichzelf en van anderen. We willen de kinderen dit plezier laten behouden en verder stimuleren.

•  De leerling is op zijn niveau alert op de mogelijkheid dat anderen hem willen manipuleren door hun taalgebruik en door de manier waarop ze de zaak voorstellen. De leerling weet dat hij de anderen kan manipuleren en is bereid zijn taalgebruik in deze omstandigheden kritisch te benaderen.

Deze doelstelling sluit aan bij de derde en vierde doelstelling en heeft te maken met eindtermen in verband met weerbaarheid en verdediging, vermeld in het vakoverschrijdende leergebied ‘sociale vaardigheden'. Het gaat hier om het herkennen van al dan niet gewilde verdraaiingen van de werkelijkheid in het alledaagse taalgebruik van mensen, de media, de reclame. De vaak subjectief gekleurde informatie wordt dikwijls in een schijnbaar objectief kleedje gestoken. Belangen kunnen verborgen worden of als algemene vanzelfsprekendheden worden aangeboden. Ook mensen kunnen (soms met gegronde redenen) in hun onderlinge communicatie hun belangen verbergen. Tegenover het eigen taalgebruik is dan ook een kritische opstelling nodig. Deze doelstelling heeft vooral te maken met het zelfbepalend en sociaal handelen.

•  De leerling kan op zijn niveau humaan en inhumaan taalgedrag onderscheiden en is bereid zijn eigen taalgedrag vanuit deze gezichtshoek kritisch te onderzoeken.

Taal verraadt dikwijls hoe de mensen met elkaar omgaan. De taal van een dictator is heel anders dan de taal van een persoon die zich open opstelt. Taal biedt ons de mogelijkheden om liefde, genegenheid, troost en solidariteit uit te drukken. In taal kunnen mensen kwetsen, discrimineren en pijn doen. Taalgebruik is altijd en overal gebonden aan normen en waarden, aan goed en kwaad. Tot op zekere hoogte kunnen we de leerlingen het inzicht bijbrengen in deze functie van de taal. Taalopvoeding dient in onze visie een bijdrage te leveren tot humaan, sociaal gedrag. Deze doelstelling komt in grote mate overeen met doelstellingen vermeld bij wereldoriëntatie in de domeinen ‘mens' en ‘maatschappij' en in de vakoverschrijdende eindtermen ‘sociale vaardigheden'.

Zo proberen wij door een actieve taalopvoeding een bijdrage te leveren tot de totale harmonische persoonlijkheidsontwikkeling van ieder kind.


Rekenen

Onze school gebruikt de methode “REKENSPRONG PLUS”. De methode besteedt veel aandacht aan zaken als meten, wegen, schatten, cijferen en handig rekenen.
Met elkaar praten over hoe je een rekenkundig probleem oplost, is belangrijk. Bij elke wiskundige activiteit op school zullen we rekening moeten houden met de beginsituatie van de leerlingen. Bovendien zijn we er ons sterk van bewust dat ook heel wat wiskunde geleerd wordt buiten de wiskundeactiviteiten of lessen. Daarom toetsen wij de kinderen in functie van de vereiste kennis en vaardigheden voor een degelijke opstap naar het eerste leerjaar.

Continuïteit in het leren van kinderen zal dan berusten op een weloverwogen volgorde in de doelen die binnen een leerlijn van het leerplan voorgesteld worden. Dit wordt gegarandeerd door het doorheen de ganse lagere school volgen van “REKENSPRONG PLUS”, een rekenmethode die goedgekeurd is door het Departement en die meer dan voldoet aan de vooropgestelde eindtermen. Deze methode vormt de ruggengraat van ons wiskundeonderwijs.

De voortdurende bijsturing t.a.v. de beginsituatie van de leerlingen waarmee je als leraar werkt, wordt gegarandeerd door de uitbreidingsleerstof binnen deze methode en de actieve participatie van de begeleiders van ons leerlingvolgsysteem aan het individuele wiskundeonderwijs in elke klas van de basisschool.

Wiskunde is een leergebied dat we bij uitstek als cognitief kunnen omschrijven.

Cognitie verwijst in de eerste plaats naar denkprocessen en de resultaten daarvan. We zijn er ons wel van bewust dat we dat denken onmogelijk kunnen stimuleren door (zeer resultaatgericht) kinderen een reeks voor hen zeer ondoorzichtige procedures aan te leren. Wiskunde mag niet gereduceerd worden tot kennis van de passende trucjes om tot een gewenste uitkomst te komen. Toch streven wij er naar om een aantal formules van oppervlakte- en inhoudsberekening en een aantal meer ingewikkelde meetkundige constructies als uitbreidingsleerstof aan te bieden.

Selectie en volgordebepaling van leerdoelen, aansluitend bij de mogelijkheden van leerlingen, gebeurt door het proberen te volgen van de rekenmethode. Dit betekent dat we ze aanpassen aan de concrete situatie van onze school en leerlingengroep zonder de totaliteit van het eindtermenpakket uit het oog te verliezen. Ook t.a.v. de keuze van uitbreidingsdoelen verwachten we dat je als leraar slechts aan die uitbreidingsdoelen werkt, die minstens bevattelijk zijn voor dat deel van je groep aan wie je ze aanbiedt.

Hoewel wiskunde dus in de eerste plaats een cognitief leergebied is, zou het toch een veronachtzaming zijn van de noden van de kinderen als enkel doelstellingen van cognitieve aard worden geformuleerd. Die kinderen zitten immers met hun totale persoonlijkheid en niet enkel met hun hoofd in onze klas. Heel wat wiskundeactiviteiten bevatten trouwens ook affectieve, sociale, muzische en fysisch-motorische aspecten.

Sommige daarvan zijn in andere leergebieden als expliciete doelstelling geformuleerd. Waar mogelijk zullen we naar deze vakoverschrijdende doelen verwijzen. Wij proberen ook aandacht te besteden aan de ontwikkeling van zelfvertrouwen en een positieve houding t.a.v. wiskunde. Zelfs het plezier vinden in wiskundeactiviteiten wordt beschouwd als een belangrijk affectief doel. Leren samenwerken, overleggen en argumenteren over wiskundeproblemen beantwoordt niet alleen aan een nood van de kinderen maar ook aan een maatschappelijke behoefte.

 

Wereldoriëntatie

Alle vakgebieden zoals beschreven in de leerplannen, komen uitgebreid aan bod: natuur, tijd, ruimte, techniek, verkeer en mobiliteit, milieu, …

Bij wereldoriënterend onderwijs staat het vragende kind centraal. Het stellen van een vraag, het bevragen van de omgeving, van de school,... wijst duidelijk op belangstelling, op interesse. Het houdt voor kinderen meestal het willen zoeken naar en het vinden van een antwoord in.De school speelt hierin een actieve rol: door het inrichten van een rijk leermilieu worden vragen uitgelokt. Tijd en ruimte creëren voor een vraag- en antwoordspel met de wereld is essentieel.Wanneer de leerkrachten het vragende kind als centrum van hun onderwijs beschouwen, zal veel aandacht gaan naar het stimuleren en begeleiden van de exploratie. En dit is het fundament voor het ontwikkelen van een open kijk op de wereld en leidt tot bewondering en verwondering.

Deze benadering vraagt een groot, sturend vermogen van de leerkracht. Het is immers de bedoeling het W.O.-aanbod zoveel mogelijk thematisch aan te bieden terwijl de kinderen de indruk hebben dat de leerstofopbouw vertrekt vanuit hun interesse en bevraging en dit is niet altijd evident.

Daarom streven wij er naar om onderstaande doelstellingen na te streven:

•  Het ontwikkelen van basiscompetenties bij jonge kinderen die hen in staat stellen om zichzelf en hun omgeving steeds verder en steeds diepgaander te exploreren en er zin en betekenis aan te geven.

•  Het ontwikkelen van interesse voor het leven van mensen, nu en in het verleden, hier en elders in de wereld.

•  Het ontwikkelen van een basishouding van openheid en respect ten aanzien van de wereld van mensen, dieren en dingen.

•  Het ontwikkelen van de bereidheid om, op basis van nieuwe invalshoeken, aangereikt door anderen, de eigen waarden en normen kritisch te bekijken om vanuit een persoonlijke keuze actief invloed uit te oefenen op de wereld rondom.

•  Het ontwikkelen van het bewustzijn van de invloed die de samenleving op het leven van de kinderen uitoefent.

•  Het ontwikkelen van het bewustzijn dat de kinderen zelf, als individu en in groep, invloed kunnen uitoefenen op de omgeving waarin zij met anderen samenleven.

•  Het ontwikkelen van basisvaardigheden om zelfstandig met informatie om te gaan.

Wij proberen geleidelijk aan van ons fragmentarisch aanbod over te schakelen op thematisch aanbod en gebruiken daarvoor onze eigen ontwikkelde methode.

 

Bewegingsonderwijs

Alle kleuters hebben 2x per week bewegingsopvoeding in onze eigen sportzaal. De 3de kleuterklas gaat wekelijks zwemmen.
De kinderen van de lagere school hebben 1x gymnastiek in de sportzaal en 1x schoolzwemmen in “Het Begijntjesbad”. Ook zwemmen is voor de kinderen van onze school gratis.

De bewegingsontwikkeling doorheen onze lagere school is multifunctioneel:

-door het aanbieden van maximaal gevarieerde uitdagingen en de in complexiteit toenemende situaties willen we de natuurlijke bewegingsdrang van elk kind stimuleren en actief helpen ontwikkelen.

-het voorbereiden van elk kind op de actieve deelname aan het maatschappelijk cultureel leven.

Concreet beogen de lessen bewegingsopvoeding op onze lagere school:

-fysieke doelstellingen : kwantitatieve, mechanische, morfologische, basis-motorische eigenschappen die bijdragen tot de ideale bouw en functie van het lichaam op een optimale houding en conditie te bereiken.

-psycho-motorische doelstellingen : kwalitatieve vaardigheden, technieken die via optimale lichaamsbeheersing leiden tot gedragsbeheersing.

-dynamisch-affectieve doelstellingen : gemoedsinstellingen ten opzichte van zichzelf die leiden tot een optimale relatie en houding ten opzichte van de andere(n).

-cognitieve doelstellingen : bewuste kennis van factoren die betrekking hebben tot de beweging op basis van het bewust kennen van zijn eigen lichaam om te komen tot de kennis van zijn eigen lichaam in beweging.

-creatieve en expressieve doelstellingen : door bewegingsvormen en bewegingscombinaties zichzelf kunnen uitdrukken.

Met de bewegingsopvoeding beogen wij dus niet enkel de ontwikkeling van de fysieke en psycho-motorische ontwikkeling van elk kind maar tevens de algemene fitheid, de gezondheid, het zelfconcept en het optimaal sociaal functioneren van elke volwassene in spe.

  Frans

Het schoolbestuur vergoed de klastitularissen van de 2 de en de 3 de graad om wekelijks 4 x 25 minuten extra Frans onderwijs aan te bieden aan de kinderen van de 2 de en de 3 de graad. Alle leerlingen van de 2 de en de 3 de graad maken zonder uitzondering gebruik van dit aanbod.

In het 3 de en het 4 de leerjaar wordt gebruik gemaakt de leermethode Oh là là ! van Van In om de kinderen voor te bereiden op het officiële onderwijs Frans vanaf het 5 de leerjaar. De voornaamste bedoeling hiervan is de taaldrempel bij de kinderen weg te nemen en basiswoordenschat aan te bieden, hen ‘zin te geven in taal'.

Vermits het aanleren van een taal best geïntegreerd gebeurt, gebruiken wij dit meeraanbod van Franse lessen in de 3 de graad om de leerstof die aangeboden wordt verder uit te diepen en meer te spreiden in de tijd. Wij gebruiken hiervoor de methode Bonjour les enfants van Die Keure Dit moet er toe leiden dat onze kinderen voldoen aan het niveau van Frans dat van hen verwacht wordt in het secundair onderwijs. Ouders die het schoolreglement ondertekenen, verklaren zich akkoord met deze aanpak.

Onze doelstelling is dat kinderen vaardigheden moeten ontwikkelen waarmee ze Frans op een beperkt niveau kunnen gebruiken als communicatiemiddel.

Hiervoor moeten zij de nodige zinsstructuren en basiswoordenschat reproducerend beheersen om eenvoudige informatie te kunnen verwerven via geschreven en gesproken taal en om eenvoudige informatie te kunnen geven en vragen in mondeling contact met Franssprekenden.

Kinderen moeten ook bereid zijn tot communicatie en voldoende zelfvertrouwen opbouwen om te durven communiceren met behulp van beperkte taalmiddelen.

I.C.T.-onderwijs

Al vele jaren staan er computers in onze school. De afgelopen jaren en de komende jaren wordt er structureel veel geld beschikbaar gesteld door het ministerie om het computeronderwijs te verbeteren en te vernieuwen. Alle kinderen van de school, ook de kleuters, maken regelmatig gebruik van onze nieuwe computerklas.
Niet alleen de computers worden regelmatig vernieuwd, ook de software wordt aangevuld en uitgebreid en waar nodig aangepast. Op dit ogenblik hebben we heel wat software als ondersteuning voor alle aangeboden vakken. Het internet als 'onderwijsmedium' is in alle klassen van de lagere school geïmplementeerd. Natuurlijk gebeurt dit wel onder strikte voorwaarden, zodat niet allerlei ongewenste sites kunnen worden bezocht.
Koen Vlaeyen is onze deskundige op het gebied van I.C.T. en ondersteunt de vernieuwing.

Het 4 de , 5 de en 6 de leerjaar van de lagere school beschikken over een elektronisch schoolbord
dat klasgeïntegreerd gebruikt wordt

Muzische vorming

–Alle onderdelen van dit vakgebied nemen op onze school een belangrijke plaats in. Alle vakgebieden die in de leerplannen beschreven staan, komen regelmatig aan bod.

Rooms-Katholieke vorming

Als methode voor het vakgebied godsdienst maken we op onze school gebruik van de methodes “Tuin van heden” en “TOV”.
De methode geeft voor iedere dag een gedicht, spel, lied, verhaal of bijbeltekst als dagopening. We besteden 2 maal per week 50 minuten aan godsdienstige vorming.

Gedurende enkele lesmomenten vormen al de behandelde onderwerpen samen een thema. In de handleiding vindt de leerkracht voldoende aanwijzingen om door te gaan op de actualiteit. Deze uitwerking is verschillend voor onderbouw, middenbouw en bovenbouw.
In een doorgaande lijn komen op die manier elk schooljaar een aantal thema's aan bod.
Deze thema's sluiten aan bij de belevings- en ervaringswereld van de kinderen. (bijvoorbeeld: “ Wie ben ik”), bij actuele ontwikkelingen en vraagstukken in de samenleving (bijvoorbeeld: “Geweld”) en zijn steeds gebaseerd op een samenhangend aanbod met bijbelverhalen (bijvoorbeeld: “Abraham, Mozes, Jezus”).

 
Zedenleeer

In de cursus niet-confessionele zedenleer leren kinderen
•  over zichzelf en over wat andere kinderen denken en doen
•  waarom ze iets wel of juist niet doen
•  hoe ze op een fijne en verdraagzame manier met elkaar omgaan

Hoe bereiken we dit ?
•  door vrij onderzoek
•  op een a-dogmatische manier
•  door het geluk van de mens centraal te stellen

Welke didactische werkvormen bieden we aan?
•  door middel van concrete situaties of verhalen die aansluiten bij de leefwereld van het kind, komen de kinderen meer te weten over zichzelf, over andere leefgewoonten en culturen, over wereldproblemen …
•  via gespreksvormen leren kinderen dat niet iedereen over alles dezelfde mening heeft
•  met behulp van allerlei spelvormen (rollenspel, mimespel, poppenspel, stellingenspel, …) drukken kinderen zich zowel verbaal als non-verbaal uit

1.12 Schoolstructuur

Een algemene omschrijving van de inde­ling in klasgroe­pen is te vinden op de personeelslijst (zie 1.3).

De kleuters worden ingedeeld in groe­pen op basis van het leerlingjaarklassensysteem. Er wordt natuurlijk ook rekening gehouden met het ontwikkelingsniveau van de kleuter.

Bij een sterke aan­groei van het aantal kleuters in de loop van het schooljaar kunnen de kleuters in een andere groep worden ingedeeld. Nieuwe groep­sindelingen in de loop van het schooljaar gaan steeds in na een va­kantieperi­ode.

De lagereschoolkinderen worden inge­deeld in leerlingengroepen op basis van het leerlingjaarklassensysteem. Er wordt natuurlijk ook rekening gehouden met het ontwikkelingsniveau van de leerling.

Het kind behoort tot een leerlingengroep als het meer dan de helft van de activiteiten volgt in die groep.

Voor bepaalde activiteiten kunnen de kinderen in één of meer andere leerlingengroe­pen worden ingedeeld.

 

Hoofdstuk 2 Algemene bepalingen

2.1 Inschrijving van de leerling

U kunt je kind inschrijven op onze school:

- op schooldagen tussen 8 u.45 en 15 u.30;

- op werkdagen van 1 tot 10 juli en vanaf de eerste werkdag na 15 augustus tussen 9 u. en 12 u. in de school, na afspraak met de directeur of het secretariaat.

 

De inschrijving gebeurt aan de hand van de SIS-kaart.

Bij ontstentenis daarvan volstaat ook één van volgende documenten:

- een uittreksel uit de geboorteakte;

- het trouwboekje van de ouders;

- de identiteitskaart van het kind;

- het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister;

- de reispas voor vreemdelingen.

Bij de eerste inschrijving ontvangen de ouders deze brochure (informatie en school­reglement) en

volgende formulieren:

- ontvangst van en akkoord met het schoolreglement,

- ontvangst informatie aan de ouders

- keuzeformulier godsdienst - zeden­leer (lagere school);

- GOK-bevraging

 

2.2 Godsdienstkeuze - zedenleer - vrijstelling

Bij elke inschrijving van hun leerplichtig kind in het lager onderwijs en voor sommige leerplichtige kleuter(cf. schoolreglement) beslissen de ouders, bij ondertekende verklaring:

1. dat hun kind een cursus in één der erkende godsdiensten volgt;

2. dat hun kind een cursus niet-confessionele zedenleer volgt.

Bij het begin van elk nieuw schooljaar kan deze keuze wijzi­gen. Indien de ouders deze keuze willen wijzigen, vragen ze een for­mulier bij de direc­teur en bezorgen hem dit binnen de eerste acht dagen van september.

 

Ouders die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessi­onele zedenleer, kunnen op aanvraag bij de directeur een vrijstel­ling bekomen.

De school waakt erover dat de vrijgestelde leer­lingen, de vrijgekomen lestijden gebruiken voor de studie van hun eigen religie, filosofie of moraal.

 

De regering legt het model van ondertekende verklaring en de procedure tot het bekomen van een vrijstelling vast en bepaalt op welke wijze de lestijden waarvoor men is vrijgesteld, moeten worden ingevuld.

2.3 Leerplicht en toelatingsvoorwaarden

Zie schoolreglement

 

2.4 Schoolveranderen

Schoolverandering kan steeds in de loop van het schooljaar.

De ‘nieuwe school' verwittigt de ‘oude' school. De oude school zal aan de nieuwe school het aantal halve dagen met ongewettigde afwezigheid meedelen (lager + leerplichtige kleuter).

Schoolverandering van het gewoon naar het buitengewoon basisonderwijs kan onmid­dellijk zodra de ouders over een inschrijvingsverslag beschik­ken.

2.5 Het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB)

 

Het schoolbestuur heeft een beleidscontract afgesloten met het VCLB-Leuven
Karel Van Lotharingenstraat 5
3000 Leuven
016 28 24 00

Schoolbegeleiders:
BETSY KETELSLEGERS voor de kleuterschool
ANNELIES VANDE AL voor de lagere school
LUT VERHAEGHE voor de medische dienst: 02 795 61 50

Het CLB heeft als opdracht bij te dragen tot het welbevinden van leerlingen nu en in de toekomst.

Hierdoor wordt bij de leerlingen de basis gelegd van alle leren zodat zij door hun schoolloopbaan heen de competenties kunnen verwerven en versterken die de grondslag vormen voor een actuele en voortdurende ontwikkeling en maatschappelijke participatie.

De begeleiding van de leerlingen door het CLB situeert zich op volgende domeinen:

Het leren en studeren

De onderwijsloopbaan

De preventieve gezondheidszorg

Het psychisch en sociaal functioneren

 

Het CLB maakt zijn werking bekend aan de leerlingen en hun ouders. Het CLB werkt vraaggestuurd vanuit de leerlingen, de ouders en de scholen, behalve voor de verplichte begeleiding.

2.5.1 De psychosociale begeleiding

Begeleiding door het CLB gebeurt met instemming van de ouders en kan niet verder gezet worden zonder deze toestemming.

De instemming van de ouders is niet vereist als de begeleiding betrekking heeft op

leerplichtproblemen van een leerplichtige jongere in het kader van de wettelijke opdracht van de overheid inzake leerplichtcontrole.

De CLB-contactpersoon is te bereiken via het centrale telefoonnummer van VCLB-Leuven of via de zorgcoördinator van de school.

 

2.5.2 De medische begeleiding

De medische begeleiding bestaat uit algemene, gerichte consulten en profylactische maatregelen.

Het medisch consult gebeurt door Dr. TUTS

Ouders kunnen m.b.t. de algemene en gerichte consulten verzet aantekenen tegen de keuze van de CLB-arts. In dit geval melden zij dit per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs aan de directeur van het CLB. Binnen de 90 dagen moeten zij een andere arts van hetzelfde CLB, een arts van een ander CLB of een arts die over hetzelfde bekwaamheidsbewijs beschikt als de CLB-arts, kiezen.

Algemene consulten

De leerlingen van het 2de jaar kleuteronderwijs en het 5de jaar lager onderwijs ondergaan een algemeen consult.

Een algemeen consult is een moment waarop de algemene gezondheidstoestand, vaccinatietoestand, groei en ontwikkeling en sensoriële toestand nagekeken worden en adviezen geformuleerd worden naar de leerling en zijn ouders. De algemene consulten gebeuren in het CLB.

Gerichte consulten

Bij leerlingen van het 1ste en het 3de jaar lager onderwijs worden gerichte consulten georganiseerd. Dit zijn onderzoeken waarin vooral groei, ontwikkeling, vaccinaties en opvolging van de gezondheid worden nagekeken. De onderzoeken worden bij voorkeur in de school uitgevoerd, in een infrastructuur die voldoende kwaliteit biedt. Zoniet zorgt het CLB zelf voor een locatie.

Profylactische maatregelen

Het CLB houdt toezicht op de vaccinatietoestand van de leerlingen en biedt vaccinaties aan die in het vaccinatieschema zijn opgenomen. Ouders en leerlingen worden hierover geïnformeerd en geven hiervoor hun toestemming.

De ouders hebben de plicht om de CLB-arts en de schoolte verwittigen bij de volgende ziekten:

- kroep (difterie),

- geelzucht, Hepatitis A, Hepatitis B

- buiktyfus, bacillaire dysenterie,

- hersenvliesontsteking (meningokokken, meningitis en -sepsis),

- kinderverlamming (poliomyelitis),

- roodvonk (infecties met beta-hemolytische streptococcen van groep A o.m. scarlatina),

- besmettelijke tuberculose,

- kinkhoest,

- schurft,

- bof (dikoor),

- mazelen,

- salmonellosen, shigellose (besmettelijke diarree),

- rubella,

- huidinfectie (impetigo),

- schimmelinfecties van de schedelhuid,

- schimmelinfecties van de gladde huid,

- pediculosis,

- varicella (windpokken),

- hoofdluizen,

- parelwratten,

- HIV-infectie.

Het CLB treft de nodige profylactische maatregelen.

De maatregelen zijn bindend voor leerlingen, ouders en personeel.

2.6 Ouderlijk gezag in onderwijsaangelegenheden

2.6.1. Bepalingen uit de regelgeving

Bij de eerste inschrijving van het kind melden de ouders aan de directeur of zij al dan niet het ouderlijk gezag over het kind gezamenlijk uitoefenen. Indien de dire­cteur een vermoe­den heeft dat de ouders het ouderlijk gezag niet gezamenlijk uitoefenen of dat één van de ouders handelt zonder de toestemming van de ande­re ouder, kan hij nadere infor­matie en even­tueel een onder­te­ken­de ver­kla­ring vragen waarin de ouders de juiste infor­matie inzake uitoefening van het ouder­lijk gezag ver­schaf­fen.

De directeur geeft in dergelijke gevallen een overzicht van de respectievelijke be­voegd­he­den aan beide ouders.

Het ouderlijk gezag geldt enkel ten aanzien van minderjarigen die de Belgische nati­onaliteit hebben. Ontvoogde minderjarigen zijn niet aan het ouderlijk gezag onder­worpen. Voor minder­jari­ge leerlin­gen van vreem­de natio­nali­teit geldt het eigen natio­naal stelsel van per­sonen- en familie­recht.

- Samenlevende ouders

Elke ouder die alleen een handeling stelt die verband houdt met het ouder­lijk gezag, wordt geacht te handelen met instemming van de andere ouder.

Dit geldt zowel voor gehuwde, samenlevende ouders als voor niet gehuwde samenlevende ouders.

Heeft de directeur of een personeelslid van de school het vermoeden dat die stilzwijgende toestemming ontbreekt, dan zal hij zijn medewerking weige­ren tot er toestemming is van de tweede ouder.

- Niet-samenlevende ouders

Wanneer de ouders niet samenleven, blijven zij het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen (co-

ouderschapsregeling). Ook hier geldt het ver­moe­den van in­stem­ming van de afwezige ouder, wanneer de andere ouder alleen een rechtshandeling betreffende het kind stelt. Heeft de direc­teur of een personeelslid van de school het vermoeden dat die stil­zwijgende toestemming ontbreekt, dan zal hij zijn mede­werking weige­ren tot er toestemming is van de tweede ouder.

- In afwijking van de co-ouderschapsregeling kan de bevoegde rechter het ouderlijk gezag uitsluitend opdragen aan één van beide ouders. Hij kan ook een tussenoplossing uitwerken waarbij voor bepaalde beslissingen met betrekking tot de opvoeding van het kind de in­stem­ming van beide ouders vereist is terwijl voor het overige één ouder alleen verantwoor­delijk is. De school zal op voorlegging van een dubbel van de rechter de regeling volgen.

Binnen een exclusief ouderlijk gezag, behoudt de ouder die niet het ouderlijk gezag uitoefent, het recht om toezicht uit te oefenen op de opvoeding. Dit houdt in dat hij op de hoogte wordt gehouden van de schoolresultaten en schoolverrichtingen. Het geeft evenwel geen beslis­singsrecht in verband met de opvoeding.

De regeling voor niet-samenlevende ouders is van toepassing op:

- feitelijk gescheiden (echt)paren;

- uit de echt gescheiden ouders;

- ouders die vroeger samenleefden;

- ouders die nooit hebben samengeleefd.

Ontzetting uit het ouderlijk gezag

Door een rechterlijke beslissing kan een ouder worden ontzet uit het ouderlijk gezag. Deze ouder heeft geen beslissingsrecht in verband met de opvoeding en evenmin een recht op informatie. De school zal de regeling volgen na voorlegging van een dubbel van het vonnis waaruit de ontzetting blijkt.

 

2.6.2. Concrete afspraken

De directeur moet de regelgeving inzake ouderlijk gezag bij alle beslissingen in verband met de opvoeding van de leerlingen naleven o.m.

- bij de inschrijving van de leerlingen;

- bij de keuze van een levensbeschouwelijk vak of de vrijstelling daarvan;

- bij orde- en tuchtmaatregelen;

- bij keuzes i.v.m. de schoolloopbaan van het kind (bv. zittenblijven of niet).

- bij de schoolverrichtingen in het algemeen (bv. bij informatie via nieuwsbrief , bij

uitnodiging oudercontacten, bij bezorgen van rapporten, …)

Bij inschrijving van een kind van niet- samenlevende ouders of bij melding van niet meer samenwonen van de ouders wordt afgesproken welke ouder de informatie meekrijgt via het kind en welke ouder de informatie ontvangt via de post. Alleen ouders die ontzet zijn uit de ouderlijke macht, ontvangen geen informatie.


Hoofdstuk 3 Organisatorische afsprake n

3.1 Openstellen van de school - organisatie van de schooluren

Voor de kleuters en de leerlingen van het 1 ste en 2 de leerjaar:

•  van 08uur45 tot 11uur55 en

•  van 13uur05 tot 15uur25 (behalve op woensdag)

Voor de leerlingen van het 3 de tot en met het 6 de leerjaar:

- van 08uur45 tot 12uur20 en

- van 13uur20 tot 15uur40 (behalve op woensdag)

Op woensdag voor de ganse school

- van 08uur45 tot 12uur20

Er is toezicht vanaf 07uur30 tot 18 uur.

3.2 Toezichten en kinderopvang

3.2.1 Toezichten

De leerkracht die toezicht heeft, is verantwoordelijk. Ouders op de speelplaats zijn nooit verantwoordelijk en mogen zich dus niet mengen in speelplaatsaangelegenheden.

Ouders of begeleiders die zich niet aan deze regel houden, kunnen door de toezichthouder gevraagd worden de speelplaats te verlaten.

Algemeen

Zieke kinderen blijven niet onbewaakt in de klas.

Bij het einde van de speeltijd gaan de kinderen rustig in hun respectievelijke rij staan.

De bal op straat of op het afdak mag enkel mits toestemming van de leerkracht gehaald worden, afhankelijk van de situatie. Kinderen mogen onbegeleid de speelplaats niet verlaten zonder de toestemming van de leerkracht.

De bewakende leerkrachten zijn verantwoordelijk voor de netheid van de speelplaats en de bijhorende toiletten.

Kleuterspeelplaats

Algemene lijst is ook hier van toepassing .

Er wordt niet gespeeld: –op de trappen van de refter –in de doorgang naar boven –achter de prefab –in de toiletten –op de afgedekte zandbak –in de klassen – in de afgebakende zones.

Er wordt enkel met toestemming gespeeld: –in het opvanglokaal -in de zandbak - op de speeltuigen.

Leerlingen respecteren de afgebakende zones.

Ochtendstudie

Algemene regels blijven geldig .

Kinderen blijven tot ongeveer 8 uur binnen (zeker in de winter - uitzondering mogelijk bij heel goed weer).

Niet in de zandbak.

Avondstudie

Algemene regels blijven gelden .

Enkel in de zandbak bij droog en warm weer.

Binnenopvang mogelijk. Hier wordt rustig gewerkt of gespeeld. Amokmakers worden berispt en mogen die dag niet meer binnen.

Bij hevig regenweer blijft iedereen in de voorbestemde lokalen of onder het afdak.

Niemand van de kinderen verlaat de speelplaats zonder begeleiding / toestemming van de bevoegde leerkracht / ondertekende toestemming van de ouders.

Derde speelplaats.

De kinderen gaan allemaal samen in groep naar de derde speelplaats en keren ook in groep terug.

Men mag enkel naar het toilet mits de toestemming van de bevoegde lkr.

Lln. kunnen enkel spelen waar ze door de lkr gezien kunnen worden.

Niet door de draad kruipen .

Nooit voorbij de poort op de inrit van het GITO spelen.

Niet verder dan de brug weggaan.

Niet op het dak zonder uitdrukkelijke toestemming van de bevoegde lkr.

Geen takken afbreken .

Refter kleuters

Alle eten zit in een brooddoos, alle drankjes in het afgesproken recipiënt. We gebruiken geen aluminiumfolie. Brooddozen en drankrecipiënten worden gemerkt met de naam van het kind.

 

Elke kleuter heeft zijn eigen plekje in de refter, dit is aangeduid met hun logo op de tafels. Het grondplan hangt op in de refter. De warme maaltijden en de soepjes zitten gegroepeerd.

Zowel om 10 uur als 's middags zitten alle kinderen op hun plekje

Kleuters gaan in hun klasrij naar de refter. De juffen kijken er op toe dat hun eigen kinderen op de juiste plaatsen zitten. Nadien schenken de juffen voor hun eigen kinderen melk en water uit.

Als het belsignaal gaat, worden alle kleuters stil. We zingen ons refterlied en beginnen rustig te eten. Kinderen die iets wensen, steken hun hand op. We blijven zitten en hun bordjes of kommetjes worden gebracht.

Niemand verlaat zonder toestemming zijn/haar plaats, de rij of de refter.

We eten netjes zoals het hoort.

Wie teveel lawaai maakt of de rustige eetsfeer verstoort, wordt berispt en gaat alleen op een afgezonderde plaats verder eten.

Etensresten en verpakkingen worden opgeruimd. Kopjes en glazen worden naar het tafeleinde doorgeschoven.

Op het teken staan we recht en trekken we onze jas aan. We vertrekken tafel per tafel en gaan in de rij naar de speelplaats. Onderweg gooien we geen afval op de grond.

De meeste desserts worden in de refter opgegeten (zeker yoghurt). Enkel fruit en koekjes mogen naar de speelplaats worden meegenomen.

Brooddozen worden op de passende plaats verzameld. Eens de brooddozen verzameld zijn, gaan de deuren van de gang dicht en blijven de lln. buiten tot het belt. Geen enkele ll. bevindt zich langer in het gebouw dan echt nodig.

 

3.2.2 Kinderopvang buiten de normale aanwezigheid van de leerlingen

 

Het betreft hier kinderopvang buiten de normale aanwezigheid van de leerlingen (een

kwartier voor en na de lessen).

Ouders dienen zich strikt te houden aan de openingsuren van de school.

Zodra de ouders zich met hun kind(eren) op school bevinden, volgen zij de pedagogische richtlijnen van de leerkrachten, kinderverzorgster of de bevoegde kinderopvang(st)ers.

De organisatie van deze kinderopvang tussen 7 u. 30 en 8 u. 30 en tussen 16 u. en 18 u. op volledige schooldagen en tussen 13 u. en 18 u. op woensdag valt onder de bevoegdheid van het gemeentebestuur.

Dit schooljaar wordt de voor- en naschoolse opvang van de kinderen op onze school georganiseerd door de gemeente. Zij zorgt voor het nodige personeel en materiaal en int ook de verschuldigde bijdragen van de ouders via de schoolrekening. Hiervoor wordt een fiskaal attest uitgereikt dat gebruikt kan worden bij de belastingsaangifte.

Het is de bedoeling om de buitenschoolse bewakingsopdrachten van de leerkrachten te verminderen en door continuïteit van personeelsomkadering en de nodige materiële ondersteuning de kwaliteit van de opvang te verhogen.

  . Bijdrage van de ouders

- 's Avonds: aanrekenen van 0,50 EURO per begonnen ½ uur tussen 16u.30 en 18 u.

- 's Woendagsnamiddags : aanrekenen van 0,50 EURO per begonnen ½ uur tussen 13u. en 18 u.

Boete : 3 EURO boete wordt opgelegd per begonnen kwartier na 18 u. als kinderen dus te laat op school worden afgehaald.

. Organisatie

De opvang wordt door externen verzorgd en gaat door in het ‘opvanglokaal' op de kleuterspeelplaats.

Na het einde van elke maand krijgen alle betrokken ouders een afrekening voor de opvang van hun kind(eren) van de voorbije maand toegestuurd.

Bewakingsafspraken van de schoolse opvang gelden hier ook. Betalingen gebeuren via bankoverschrijving. De eindorganisatie is in handen van het gemeentebestuur van Overijse.

 

3.3 Leerlingenvervoer

Om gebruik te kunnen maken van het schoolbusvervoer moet je hierop schriftelijk inschrijven. Dit kan a.h.v. een geijkt invulformulier dat u op het einde van het schooljaar, in functie van het volgend schooljaar, toegestuurd krijgt. Ook occasionele busgebruikers dienen zich in te schrijven.

Ouders dragen de volledige verantwoordelijkheid tot hun kind 's morgens is opgestapt en zodra het kind naschools is uitgestapt. Kinderen, waarvan de ouders of de gemandateerde begeleiders hen niet opwachten aan de afstapplaats, worden terug meegenomen naar school en worden naar de kinderopvang gebracht tenzij de ouders bij ondertekende verklaring meedelen dat hun kind alleen van de bushalte naar huis mag gaan (liefst enkel van het 5 de en het 6 de leerjaar).

Lln. blijven zitten tot de bus stilstaat.

Kleuters zitten, indien mogelijk, vooraan op de bus.

Wie zich niet gedraagt, wordt berispt en moet een weekje vooraan, alleen op de bus zitten.

Tijdens de ritten wordt er niet van plaats verwisseld en wordt er niet geroepen .

Verloren voorwerpen (indien van onbekende eigenaar) worden op het kantoor van de directeur binnengebracht.

Route, opstapplaatsen en uurregeling zijn verkrijgbaar op school.

 

3.4 Schoolverzekering/schoolongelukken

Ouders kunnen de verzekeringspolis op aanvraag inkijken in het kantoor van de directeur.

EHBO-materiaal is voorzien in de opvangklas, de sassen en in het directiekantoor.

Een lijst met noodnummers ligt ter inzage bij de telefoons.

De directie, de secretaresse of de zorgcoördinator verwittigt de ouders bij een ernstig ongelukje of bij plotse ziekte van een kind. Bij afwezigheid van directie, secretaresse en de zorgcoördinator neemt de begeleidende lkr de beslissing om al dan niet de ouders te verwittigen. Telefoonnummers vindt men steeds terug op de inschrijvingsformulieren in het kantoor of op de klaslijsten.

Er wordt steeds aan de ouders voorgesteld om zelf met hun kinderen naar de arts te gaan,

indien nodig. Als dit snel moet gebeuren of indien men de ouders of verantwoordelijken niet kan bereiken, gaat de school zelf met het kind naar de dokter.

Bij aanvang van het nieuwe schooljaar krijgen de ouders van de kinderen van het 5 de en

het 6 de leerjaar een formulier waarop ze kunnen aanduiden of hun kind het traject naar en van de school onbegeleid mag afleggen en of ze onbegeleid de schoolbus mogen nemen. Ouders ondertekenen deze beslissing en nemen hiervoor dan de volledige verantwoordelijkheid op zich.

3.5 Kosten op school

De volgende overzichten werden besproken met de schoolraad en werden goedgekeurd op de gemeenteraad.

3.5.1 Gratis

De school stelt volgende materialen gratis te beschikking, per kind, per klas of per groep klassen:

Bewegingsmateriaal

Constructiemateriaal

Handboeken, schriften, werkboeken en -blaadjes,fotokopieën, software

ICT-materiaal

Informatiebronnen

Kinderliteratuur

Knutselmateriaal

Leer- en ontwikkelingsmateriaal

Meetmateriaal

Multimediamateriaal

Muziekinstrumenten

Planningsmateriaal

Schrijfgerief

Tekengerief

Atlas

Globe

Kaarten

Kompas

Passer

Tweetalige alfabetische woordenlijst

Zakrekenmachine

 

Voor het gebruik bij huistaken kunnen de leerlingen indien nodig ook dit materiaal gebruiken.

 

3.5.2 Scherpe maximumfactuur

Het betreft hier het materiaal dat noodzakelijk is voor de lessen en waarvoor de school een bijdrage vraagt.

Voor de kleuterklassen mag de totale kost oplopen tot maximaal € 20,00 per schooljaar, voor het lager tot € 60,00.

 

3.5.3 Minder scherpe maximumfactuur

Het gaat hier voornamelijk over de meerdaagse extra-murosactiviteiten.

De school organiseert voor het 6 de leerjaar een meerdaagse activiteit. De leerlingen worden geacht om hier aan deel te nemen. De bijdrage van de ouders kan maximaal € 360,00 bedragen voor de volledige schoolloopbaan lager onderwijs.

 

3.5.4 Bijdrageregeling

Het gaat hier over een aanbod dat niet verplicht is. De school gebruikt deze materialen niet in haar activiteiten en lessen. Voor dit soort uitgaven is er geen maximumbedrag voorzien.

 

3.5.5 Basisuitrusting

De school verwacht dat de leerlingen over een aantal zaken beschikken. De basisuitrusting valt ten laste van de ouders (boekentas, zwemkledij, turnkledij, …).

3.5.6 Betalingen

Ouders worden regelmatig op de hoogte gebracht van wat er op school kan worden aangekocht en hoeveel het kost. Zij dienen strikt de betalingstermijnen te respecteren. Opvang en speciale activiteiten (toneel, schoolreis, zeeklassen) dienen als verplicht betalend te worden beschouwd. Leerlingen kunnen bij niet-betaling niet deelnemen en er wordt hen meestal geen vervangende activiteit aangeboden.

Bestellingen die door omstandigheden later worden geplaatst dan op het voorziene tijdstip, worden door de betrokken leerlingen op het secretariaat binnengebracht. Kleuterjuffen voeren zelf de nabestellingen uit.

Warme maaltijden worden per maand besteld en meestal is terugbetaling wegens afwezigheid niet mogelijk. Wie minstens 2 dagen op voorhand het schoolsecretariaat verwittigt, kan warme maaltijden annuleren.

Tijdschriften worden verdeeld op datum.

Het schoolbestuur bepaalt jaarlijks of wanneer de noodzaak zich voordoet, na overleg in de schoolraad:

- het maximumbedrag van de leerlingenbijdragen voor onderwijsgebonden kosten;

- de tarieven van de vaste uitgaven.

De school houdt zich strikt aan de regelgeving i.v.m. de maximumfactuur en de kosteloosheid van het onderwijs.

Onderstaande tabel geeft dus aan welke maximumbijdragen waarschijnlijk door de ouders

kunnen betaald worden. Dit is enkel een richtinggevende tabel. Niets wijst er op dat

deze bedragen ook effectief geïnd worden.

Onderstaande tabel bevat wel een aantal verplichte uitgaven (x). Deze zijn noodzakelijk om de gewenste ontwikkelingsdoelen en eindtermen te bereiken.

Het gemeentebestuur levert een belangrijke inspanning om ook de kosten van de schooluitstappen zo laag mogelijk te houden. Zij betaalt per kind een groot deel van de vervoerskosten voor deze schooluitstappen. Hiermee probeert het schoolbestuur, meer nog dan de wetgeving oplegt, te voldoen aan het principe van GOK en kosteloos basisonderwijs.

 

 

Eenheidskost

Aantal

Totaal/ jaar

verplicht

Opmerkingen

 

 

 

(ten laste

 

 

 

 

 

van ouders)

 

 

 

 

 

 

 

 

Niet duurzame schoolartikelen

 

 

 

 

 

Tijdschriften:

 

 

 

 

 

Dopido (trimester)

Dopido (jaar)

9,90

28

3

1

29,70

25,20

 

De voorgestelde

tijdschriften zijn helemaal

niet nodig om de ontwikke-

lingsdoelen en eindtermen

te bereiken.

Dokadi (trimester)

Dokadi (jaar)

9,90

28

3

1

29,70

25,20

 

Doremi (trimester)

Doremi (jaar)

9,90

28

3

1

29,70

25,20

 

Zonnekind/Zonnestraal/Zonneland (trim)

Zonnekind/Zonnestraal/Zonneland (jaar)

12,60/11,70/9,90

30,60

3

1

34,20

30,60

 

Leesknuffel (jaar)

29,70

1

29,70

 

Kerst-, paas-, oefen- en vakantieboek

4,50

3

13,50

 

 

Leesleeuw p/jaar

26.96

1

26.96

 

 

Chouette p/jaar

20

1

20

 

 

Vakantieblaadjes

7

1

7

 

 

Boekenboot 2 de lj (jaar)

19,80

1

19,80

 

 

Leeskriebel 3 de , 4 de lj (jaar)

19,80

1

19,80

 

 

Vlaamse Filmpjes 5 de , 6 de lj (jaar)

26,10

1

26,10

 

 

Tijdsein (5 de , 6 de lj) (jaar)

19,80

1

19,80

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleding

 

 

 

 

 

T-shirt

 

7,15

1

7,15

 

T-shirt kan op school aangekocht worden, is niet verplicht.

 

Vervoer

 

 

 

 

 

 

Busabonnement per maand

 

 

 

Busabonnement per trimester

 

 

 

Busabonnement per 1aar

21€ eerste kind

17€ tweede kind

0€ derde kind

0€ vierde kind

60€ eerste kind

48€ tweede kind

0€ derde kind

0€ vierde kind

166€ eerste kind

133€ tweede kind

0€ derde kind

0€ vierde kind

max. 10

 

 

 

max. 3

 

 

 

max. 1

 

 

 

Dagticket

€ 1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Schooluitstappen (incl. vervoer)

 

 

 

 

 

kleuters max €20

 

 

lagere school max €60

 

 

 

Schoolreis

20

1

20

x

 

Culturele uitstap

8

4

32

x

 

Sportdag

5

2

10

x

 

Zeeklassen 6 de leerjaar

125

1

125

x

enkel voor 6 de lj.

Zwemmen (incl. vervoer)

0

35

0

x

 

Extra (langlauf) uitstap

25

max. 1

25

x

enkel voor 5 de en 6 de lj.

 

 

 

 

 

 

Opvang (‘s middags : gratis)

 

 

 

 

 

Naschools (per 30 minuten)

0,5

max 180 d.

 

 

16u.30 – 18u.

Woensdag (per 30 minuten)

0,5

max 37 d.

 

 

13u.- 18u.

 

 

 

 

 

 

Eten en drinken

 

 

 

 

 

Melk

0

max. 144

0

 

 

Soep kleuters

0.19

max. 144

 

 

 

Soep lagere school

0.38

max. 144

 

 

 

Warme maaltijd kl + 1,2

3,00

max. 144

 

 

 

Warme maaltijd 3,4,5,6

4,00

max. 144

 

 

 

Fruitsap

0,35

max. 144

 

 

 

 

3.5.7 Schooltoelage

 

Vanaf 2008-2009 voerde de overheid een schooltoelage in, ook voor kleuters en kinderen van de lagere school (90, 135 tot 180 euro per jaar). De toekenning gebeurt op basis van een gezinsdossier. Het inkomen van het gezin bepaalt wie in aanmerking komt. Verder moet het kind in voldoende mate op school geweest zijn:

KLEUTERS

Vereiste aanwezigheid op school om de schooltoelage te krijgen.

Minder dan drie jaar: 100 halve dagen;

3 jaar op 31/12: 150 halve dagen;

4 jaar op 31/12: 185 halve dagen;

5 jaar op 31/12: 220 halve dagen;

6 jaar op 31/12: max. 29 halve dagen ongewettigd afwezig

LAGER

Maximum 29 halve dagen ongewettigd afwezig, twee jaar op rij heeft verlies van de schooltoelage tot gevolg (tot de leerlingen twee jaar na elkaar voldoende aanwezig is).

AANVRAGEN

via www.schooltoelagen.be (vanaf 15 augustus 2008)

Meer vragen: communicatie.studietoelagen@vlaanderen.be

De school zal u op volgende manier ondersteunen bij het aanvragen van de schooltoelage:

 

3.6 Revalidatie tijdens de lesuren

De regering bepaalt in welke gevallen revalidatie tijdens de lesuren mogelijk is, alsook het maximaal aantal uren.

Met revalidatie worden bedoeld therapeutische behandelingen die tijdens de lestijden verstrekt worden aan leerlingen en worden uitgevoerd door hulpverleners die niet aan de school verbonden zijn en die hiertoe door de wet gemachtigd zijn.

In afwachting van een nieuw besluit van de regering, blijft de huidige reglementering terzake gelden.

Revalidatietussenkomsten tijdens de lesuren kunnen enkel schriftelijk worden aange­vraagd door de ouders (of de voogd) van de leerling bij de directeur. Deze aan­vraag moet vergezeld zijn van een verslag opgesteld door een geneesheer, een erkend reva­lidatiecentrum, een CLB-centrum of een dienst voor geestelijke gezond­heidszorg. De klassenraad bestaande uit de directeur, de groepsleerkracht, de zorgcoördinator en de vertegen­woordiger van het CLB-centrum geven advies over deze aanvraag.

De revalidatietussenkomsten mogen niet meer dan 150 minuten ­per week bedragen. De revalidatietussenkomsten hebben bij voor­keur plaats buiten de school. De verplaatsingsduur is inbegrepen.

3.7 Afwezigheden – leerplichtcontrole

Zie schoolreglement artikel 8 en artikel 41§2 (engagementsverklaring) en in deze afsprakennota 3.5.7 ( schooltoelage)

3.8 Te laat komen - vroe­ger ver­trek­ken

Zie schoolreglement artikel 9 en artikel 41§ 2 (engagementsverklaring)

Het is niet prettig dat kinderen te laat komen. Het klasgebeuren is dan volop bezig en het is voor hen dan ook moeilijk aan te sluiten bij de les. De ouders zorgen ervoor dat de kinderen op tijd op school zijn.

Ook voor de kleuters vragen wij u de begin- en einduren te respecteren. Kleuters vinden het niet leuk in het klasje te komen als de activiteiten reeds begonnen zijn.

Indien kinderen toch te laat komen, begeven ze zich zo spoedig mogelijk naar de klas. Bij herhaaldelijk te laat komen, neemt de school hierover contact op met de ouders en maken ze afspraken.

3.9 Afhalen en brengen van de kinderen

Ouders die hun kinderen zelf naar school brengen, begeleiden de kinderen tot aan de schoolpoort of de dropzone op de speelplaats. Ouders kunnen enkel in bijzondere gevallen en

met de toestemming van de directeur, hun kind begeleiden tot in het klaslokaal.

Zij die hun kinderen op school afhalen, komen tot aan de schoolpoort. Op het afgesproken moment kunnen de ouders zich op de speelplaatsen begeven om hun kinderen af te halen. De kinderen die worden afgehaald, kunnen nooit zonder begeleiding van de ouders of de gemandateerden de speelplaats verlaten.

Ouders die hun kinderen door andere personen aan school laten afhalen, delen op voorhand aan de directeur en de klastitularis mee wie het kind mag afhalen.

Ouders respecteren bij het afhalen van hun kinderen het gebruik van de Nederlandse taal, de regels van de welvoeglijkheid, de verkeersregels en houden de schoolingang steeds vrij.

Directie, secretaresse of klastitularis melden aan de verantwoordelijke collega wanneer en eventueel door wie een ll uitzonderlijk tijdens hun bewaking wordt afgehaald.

Kinderen vanaf het 4 de leerjaar kunnen een speciaal schoolpasje krijgen waarmee zij, mits de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de ouders, alleen de school kunnen verlaten. Bij het begin van het schooljaar worden de betreffende formulieren aan de ouders aangeboden.

De schoolingang moet steeds worden vrijgehouden.

 

3.10 Onderwijs aan huis

Zie schoolreglement artikel 14

3.11 Schoolagenda / heen- en-weerschrift

Zie schoolreglement artikel 15.

Ouders kijken op regelmatige basis de agenda en het heen- en weerschriftje na en bevestigen dit door hun handtekening. Ouders kunnen ook mededelingen aan de leerkrachten en de directeur in de agenda vermelden.

In de kleuterschool worden, indien mogelijk, de werkthema's op voorhand schriftelijk meegedeeld aan de ouders.

In de lagere school wordt de agenda regelmatig ingevuld en meegegeven, regelmatig door de ouders en de klastitularis ondertekend. Bij speciale gelegenheden wordt een controlehandtekening van de ouders gevraagd.

De agenda en het heen- en weerschrift zijn de eerste vorm van contact tussen lkr. en ouders. Daarna komen telefoneren en schriftelijk contact via andere kanalen. Dit kan uitmonden op een persoonlijk contact op klasvrije momenten of op een oudercontact na afspraak (MDO). De lkr. bepaalt hoe, waar en wanneer het extra persoonlijk contact doorgaat.

 

3.12 Huiswerk

Zie schoolreglement artikel 16, 41 §3(engagementsverklaring)

Elke opdracht na schooltijd uit te voeren, o.m. mondelinge en schriftelijke opdrach­ten, leren

van lessen, opzoeken van documentatie,... wordt beschouwd als huiswerk.

3.13 Rapport

Zie schoolreglement artikel 17

In de lagere school wordt heel wat ‘getoetst'. Dagelijks of wekelijks wordt nagekeken in welke mate de kinderen de leerstof verwerkt hebben.
Bij grotere toetsen worden de vorderingen gemeten van grotere leerstofgehelen.
De resultaten verschijnen op het rapport dat 6 keer per jaar wordt opgemaakt en meegegeven. Op dit perioderapport , dat een doelenrapport is, kan u de dagdagelijkse evolutie van uw kind volgen. Hierop kunt u de vakonderdelen, de beoogde doelstellingen, de behaalde punten terugvinden.
Deze rapporten bevatten naast puntenvelden ook tekstvelden met beoordelingen over leerhoudingen (tempo, werkhouding, aandacht, interesse, …) en ‘leefhoudingen' (samenwerking, afwerking, sociaal gedrag t.o.v. leerkracht en klasgenoten, …).

Voor de vijfde en zesde leerjaren hanteren we ook een examenrapport. Hierin vindt u de resultaten van grotere leerstofblokken. Dit rapport wordt voor de kerstvakantie en voor de grote vakantie meegegeven.

Kinderen van het zesde leerjaar krijgen op het einde van het schooljaar ook een rapport van hun OVSG-toetsen.

We willen dus als school niet enkel leerstof overbrengen, maar ook levenshouding en opvoeding ; dit vinden we even belangrijk! Telkens beogen wij een informatief sterk geheel samen te stellen zodat u als ouder een goed beeld krijgt van uw kind op school.

Rapportdata:

28 oktober 2011

23 december 2011

17 februari 2012

30 maart 2012

25 mei 2012

29 juni 2012

 

 

3.14 Getuigschrift basisonderwijs

Zie schoolreglement hoofdstuk 7 .

3.15 Problemen op school

Leerlingen, ouders en leerkrachten houden zich aan de leefregels en afspraken die in dit school­ regle­ment en de afsprakennota opgesomd zijn en aanvaarden de consequenties bij het niet naleven ervan.

3.15.1 Onenigheid tussen leerkrachten en ouders

Bij onenigheid tussen leerkrachten en ouders nemen de ouders in de eerste plaats contact op met de betrokken leerkracht om, in gemeenschappelijk overleg, te trachten tot een vergelijk te komen.

Wanneer dit overleg geen resultaat oplevert, kan men een afspraak maken met de directeur zodat deze kan trachten een overeenkomst tussen beide partijen tot stand te bren­gen.

Indien deze beide vormen van overleg mislukken, kunnen de ouders zich wenden tot het schoolbestuur, via de schepen van onderwijs.

3.15.2 Onenigheid met leerlingen

Soms worden gemaakte leefregels en afspraken niet nageleefd en/of kunnen zowel de leerkracht als het kind zich eens vergissen.

Als een leerling de goede werking van de school hindert of het klasgebeuren stoort, kunnen volgende maatregelen worden getroffen:

- een ordemaatregel (Het is aan te bevelen om alle genomen ordemaatregelen bij te

houden in een leerlingdossier);

- een individueel begeleidingsplan met meer bindende gedragsregels wordt uitgeschreven;

- een tuchtmaatregel.

Deze maatregelen en bijhorende procedures zijn verder gespecifieerd in het schoolreglement hoofdstuk 8.

3.16 Ouders en leefregels

We vragen de ouders hun kind te stimuleren om de leefregels van de school na te leven.

Van de ouders wordt verwacht dat zij de volgende afspraken naleven:

 

3.16.1 Taalgebruik

Ouders moedigen hun kind(eren) aan om Nederlands te leren. Wij verwachten van de ouders dat zij een inspanning leveren om bij schoolopdrachten hun kind(eren) te kunnen helpen in de schooltaal.

3.16.2 Uiterlijk voorkomen

Kledij, schoeisel en haartooi van de leerlingen zijn verzorgd, eenvoudig en hygiënisch. De kledij eigen aan een bepaalde cultuur en/of levensbeschouwing of modetrends zijn toe­gestaan. Als deze kledij oorzaak is van conflicten, kan men overwegen om deze te verbieden.

3.17 Afspraken zwemmen

Elke leerling uit de derde kleuterklas en het lager onderwijs heeft recht op gratis zwemmen. Het schoolbestuur heeft dit beslist.

De regelgeving rond zwemkledij is dezelfde als deze geldend in het Begijntjesbad.

3.18 Verloren voorwerpen

De school is niet aansprakelijk voor diefstal of het verlies van persoonlijk materiaal van de kinderen (kledij, schoolgerei, fiets, juwelen,...).

Gedurende het schooljaar vinden wij heel wat kleren en persoonlijke spullen die we niet kunnen thuisbrengen omdat er geen naam op staat.

Wilt u hier a.u.b. extra aandacht aan besteden en bvb. jassen, mutsen, sjaals, handschoenen, zwem-en turnzakken, turnpantoffels, brooddozen, koekjesdoosjes en drinkbussen, … voorzien van de naam van uw kind ? In de handel zijn instrijkbare labels te koop of gebruik een waterbestendige stift.

Vinden we toch voorwerpen zonder naam, dan worden deze eerst per graad verzameld in een box in de eigen gang. Deze boxen worden regelmatig opgehaald en de kleren en spullen worden dan opgeborgen in de blauwe kast in de inkom van de refter. Vanaf ‘s morgens 7u30 tot ‘s avonds 18u kan u daar zelf een kijkje gaan nemen. Wat op 30 juni nog in de kast ligt, wordt geschonken aan een liefdadigheidsinstelling.

Indien een kind iets verloren heeft, kunnen de ouders of het kind dus best zelf gaan kijken bij de verloren voorwerpen in de inkomhal van de refter.

3.19  Verkeer en veiligheid

De ouders bespreken met hun kinderen de veiligste schoolroute van thuis naar school en van school naar thuis.

De ouders zorgen ervoor dat kinderen, die met de fiets naar school komen, over een fiets beschikken die verkeerstechnisch in orde en veilig uitgerust is.

De school streeft er naar om d.m.v. verschillende acties kinderen verkeersbewust te maken (fietsbrevetten, schoolvervoersplannen,fietsvaardigheidslessen, …) en stimuleert ook het dragen van fluovestjes en fietshelmen.

Het is belangrijk dat ouders het goede voorbeeld geven en hun kinderen ondersteunen om de verkeersregels na te leven.

3.20 Verjaardagen

Verjaardagen:

We vragen met aandrang dat er op de verjaardagen niet meer individueel getrakteerd zou worden. We ondervonden in het verleden dat deze traktaten onderhevig waren aan een echte concurrentiestrijd om het beste geschenk. Dit had tot gevolg dat kinderen steeds meer en meer verlangden en zodoende het “gewone” traktaat niet meer apprecieerden, met soms een kwetsende opmerking er bovenop. Wat een feest moest worden, werd een totale ontgoocheling voor het kind. Pakjes of snoep worden NIET toegelaten

De kinderen worden in de klas op een ludieke wijze door leerkracht en medeleerlingen in de bloemetjes gezet.

Per klas worden er in september verjaardagstips meegegeven. Wie toch wat wil doen, maakt dus hierover afspraken met de klastitularis.

Uitnodigingen voor een verjaardagsfeestje worden niet uitgedeeld op school.

Wie een namenlijst wenst van de klas kan dit vragen aan het secretariaat

3.21  Eten – drinken – snoepen

Kinderen die geen warme maaltijd nuttigen brengen hun eigen lunchpakket in een brooddoos mee. De brooddoos is voorzien van een naam.

In de school kan bij het middageten gratis melk en water verkregen worden.

Er zijn geen blikjes toegelaten. De kinderen mogen nog wel drinkbekers, drinkbussen en plastiekflesjes met een schroefdop meebrengen. Deze moeten allemaal voorzien zijn van een naam en ze moeten dagelijks mee naar huis genomen worden.

Op elke speelplaats staat een drinkfontein. Zo kunnen de kinderen tijdens de speeltijd water drinken. Het herplaatsen van deze drinkfonteintjes kadert in ons milieuproject.

Wij willen als school meewerken om de afvalberg zo klein mogelijk te houden.

Aanbevolen, gezonde hongerstillers tijdens de speeltijd zijn: een droog koekje, een wafel of een stuk fruit. Koekjes worden liefst meegebracht in een koekjesdoos.

Ouders en leerkrachten wensen dat de school snoepvrij blijft. à geen kauwgum, geen snoepjes, geen lolly's, geen koeken met aan de buitenkant chocolade, geen bruisende frisdrank met toegevoegde suikers, geen chips, …

3.22 Milieu op school

Zorg voor het milieu

Onze school is aangesloten bij MOS (Milieuzorg op School) en streeft ernaar om haar werking milieuvriendelijker te laten verlopen.

Het MOS-team wil leerlingen, leerkrachten, schoolpersoneel en ouders bewuster maken van het milieuprobleem en samen concrete stappen ondernemen om op klas- en schoolniveau ons steentje bij te dragen. Zij wordt hierin gesteund door de gemeente.

In het schooljaar 2008-2009 introduceerden we de milieumascotte Bizzi, de bever, en konden we het volgende realiseren : sorteren van papier, melk in glas i.p.v. plastic, een nettere speelplaats en schooltuin, …

In het schooljaar 2009-2010 hebben we aandacht besteed aan de verpakking van de lunch. Wij vragen u om de boterhammen van uw kind in een herbruikbare brooddoos mee te geven, zonder zilverpapier of plastic. Ook drankjes geeft u beter mee in een goed sluitende drinkbus of uw kind kan in de refter gratis water en melk drinken. Appelsap en sinaasappelsap kan u op school kopen : zij zijn biologisch en in glazen retourflesjes. Elke inspanning, hoe klein ook, helpt !

Vorig schooljaar, 2010-2011, hebben we ons eerste MOS-logo behaald met het thema ‘Water' en ook dit jaar werken we hieraan verder. We streven ernaar om GBO waterzuiniger te maken. De ideeën hiervoor komen zowel van het leerkrachten-MOS-team en de natuurouders als van de milieuwerkgroep van de leerlingen van het 4e, 5e en 6 e leerjaar, de ‘Badeendjes'.

Wil u zelf op school actief zijn voor het milieu ? Dan kan u zich opgeven bij de directeur als ‘natuur(groot)ouder'. Wij zoeken mensen die o.a. klasgroepen willen begeleiden op natuurwandeling, bij de milieuwerkgroep willen aansluiten, instaan voor het groen op school, zelf initiatieven nemen om kinderen meer in contact te brengen met de natuur, enz.

3.23 Keuzevrijheid

Ouders moeten zelf actief keuzes kunnen maken i.v.m. klasfoto's, extra-murosactiviteiten, levensbeschouwlijke vakken, publicaties, websitefoto's, …

Telkens opnieuw hierover aan ouders de toestemming vragen, maakt de schoolorganisatie echter onmogelijk.

Daarom wordt bij het begin van elk schooljaar de toestemming gevraagd voor onderstaande keuzes:

•  deelname aan extra-murosactiviteiten tijdens de schooluren

•  publicatie van niet geposeerde foto's van leerlingen en activiteiten op de schoolwebsite

•  het maken van klasfoto's

Voor alle andere activiteiten waarvoor de keuzevrijheid van de ouders geldt, wordt telkens een afzonderlijke schriftelijke bevestiging gevraagd.

(zie bijlage)

Hoofdstuk 4 Ouders en school

 

4.1 Oudercontact

Zie schoolreglement artikel 41 § 1

Op regelmatige basis worden de ouders op een oudercontactavond uitgenodigd waar ze individueel of in groep de prestaties en vorderingen van hun kind kunnen bespreken met alle verantwoordelijke leerkrachten en de directeur.

Wij voorzien jaarlijks:

1 algemene infoavond Kleuters: dinsdag 6 september 2011

Lagere: donderdag 8 september 2011

3 individuele oudercontacten Kleuters: dinsdag 25oktober 2011

Lagere: donderdag 27 oktober 2011

Kleuters: dinsdag 14 februari 2012

Lagere: donderdag 16 februari 2012

Kleuters: dinsdag 26 juni 2012

Lagere: dinsdag 26 juni 2012

Het eerste leerjaar organiseert ook 1 algemene infoavond voor de ouders van de kinderen uit de derde kleuterklas (juni).

Verwachting: per schooljaar wordt er minimaal door 1 ouder een oudercontact bijgewoond.

Het eerste contact tussen school en ouders is de schoolagenda (het heen-en-weer­schrift).

4.2 Zorg op school

Als school willen wij zoveel mogelijk zorgen voor een ononderbroken ontwikkeling voor ieder kind. Deze ontwikkeling verloopt niet altijd voor alle kinderen even vlekkeloos. Het kan zijn dat er zich problemen voordoen die van cognitieve aard zijn, kinderen hebben moeite om zich de leerstof eigen te maken of vinden juist alles veel te gemakkelijk. Er kan ook sprake zijn van sociaal-emotionele problematiek. Creativiteit en fysische ontwikkeling worden ook nauwlettend in het oog gehouden.
Wanneer wij vaststellen dat er hulp geboden moet worden, kunnen wij het volgende doen:

- De eerstelijnszorg van de klastitularis(sen) wordt gerichter en geïntensifieerd.

- Collegiale consultatie: met collega' s praten over het gesignaleerde probleem. Hoe moet je dit kind benaderen? Welke hulp staat nog tot onze beschikking?

Raadplegen van de zorgcoördinator: deze kan steun bieden bij het zoeken naar de

juiste materialen, eventueel advies geven bij manier van aanpak en relaties leggen naar derden (deskundigen). Zij is ook verantwoordelijk voor de procedures die gevolgd worden bij de aanvraag van externe hulp. Tevens onderhoudt zij contacten met instanties buiten de school, zoals schoolbegeleidingsdienst CLB en scholen voor speciaal basisonderwijs.

Inschakelen van de taakleerkracht of de logopediste. Zij verzorgen de ‘Remedial Teaching': extra leerhulp van korte of middenlange duur op individueel niveau of in kleine niveaugroepen. Al naar gelang het probleem waarmee een leerling te maken heeft, bieden we hulp aan door de gepaste persoon.

Leerlingenbespreking: meermaals houden wij op school een leerlingenbespreking. Met meerdere collega' s worden problemen besproken. We adviseren elkaar, we bekijken samen of alle mogelijkheden zijn geprobeerd. De bespreking vindt plaats o.l.v. de zorgcoördinator.

MDO-gesprekken (multi-diciplinair overleg). De medewerker van het CLB die onze school begeleidt, komt regelmatig op school. Met haar kunnen leerkrachten gesignaleerde problemen bespreken. Het kan zijn dat daaruit voortvloeit dat nader onderzoek en/of observatie nodig is. Op deze gesprekken worden de ouders ook uitgenodigd.

Uiteraard worden ouders op de hoogte gesteld wanneer een leerkracht meent dat de ontwikkeling van een kind aanleiding tot extra zorg geeft. U als ouder moet bovendien toestemming geven voor een eventueel onderzoek of alternatieve aanpak. Andersom is uiteraard ook mogelijk: u als ouder signaleert dat uw kind zich in de thuissituatie duidelijk anders gedraagt dan gebruikelijk. Overleg met de leerkracht kan resulteren in scherpere observaties op school om eventuele problemen beter te kunnen plaatsen.

Onze school beschikt ook nog over 18 lestijden GOK (gelijke onderwijskansen) en 6 lestijden TNN (thuistaal niet Nederlands). Deze extra lestijden maken het mogelijk om deze doelgroepleerlingen nog beter te begeleiden.

Verwijzing. Helaas komt het voor dat wij als school, ondanks de extra hulp die geboden is, toch niet in staat zijn een kind langer optimaal te begeleiden. Dan kan het advies gegeven worden uw kind door te verwijzen naar het buitengewoon basisonderwijs waar wij als school, via de zorgcoördinator, goede relaties mee onderhouden.

•  Leerlingvolgsysteem (L.V.S.)

Om de leerweg van de kinderen efficiënt te kunnen volgen, moeten er uiteraard gegevens verzameld en genoteerd worden. Deze gegevens kunnen variëren van resultaten op het gebied van taalontwikkeling tot b.v. een rapport van een schoolbegeleidingsdienst. Om eventuele stagnaties in de ontwikkeling van een kind zo snel mogelijk te kunnen signaleren, noteren wij meermaals per schooljaar gegevens, resultaten en vorderingen op het gebied van alle schoolse vaardigheden (taalontwikkeling, rekenontwikkeling e.d.). Deze registratie vindt plaats vanaf de instapklas.
Ook houden wij van de kinderen de sociaal-emotionele ontwikkeling scherp in de gaten. Gebruikte observatielijsten, eventuele rapporten van externe instanties worden

opgenomen in het persoonlijk leerlingendossier. Dit dossier kunnen we dan bij eventuele leerlingenbesprekingen in het team of met u als ouder, gebruiken. Gezien de privacy- gevoelige informatie in de dossiers, bevinden deze zich in een afgesloten lokaal in onze school. Op vraag kan het LVS op school ingekeken worden.
Het 6 de leerjaar neemt deel aan de OVSG-toetsen. Deze methode van onafhankelijke toetsen geeft ons een betere kijk op:
- het onderwijs op onze school (rekenen, taal, begrijpend lezen, woordenschat,
wereldoriëntatie en begrippen) in vergelijking met andere scholen (objectief).
- de door onze school gebruikte methodes.
- de door ons gebruikte didactiek.
- ons evaluatiesysteem..

Met de gegevens die wij door het gebruik van de ‘methode-onafhankelijke toetsen' verzamelen en de resultaten van ons LVS proberen wij ons onderwijs, daar waar nodig, bij te sturen. De gegevens van de afgenomen toetsen worden op school bewaard. Wilt u de gegevens betreffende uw kind inzien, dan is dat altijd mogelijk.

Hoofdstuk 5 Leerling en school (Leefregels voor leer­lingen)

5.1 Leefregels voor leer­lingen

5.1.1 Ik en mijn houding

Ik heb respect voor anderen.

Ik vecht niet en maak geen ruzie.

Ik scheld niemand uit en gebruik geen bijnamen.

Ik heb eerbied voor het bezit van anderen.

Ik pest niemand en zet ook anderen niet aan tot pesten.

Ik schrijf netjes en verzorg mijn schriften.

Ik geef thuis onmiddellijk alle brieven en nota's van de school af.

In de eetzaal ben ik rustig en heb ik goede tafelmanieren.

Ik luister steeds naar de aanwijzingen van de leerkracht of de toezichter.

5.1.2 Ik, gezondheid en hygiëne

Mijn kledij, schoeisel en haartooi zijn verzorgd en hygiënisch.

Na bezoek aan het toilet spoel ik door en was ik mijn handen.

Ik houd de toiletten netjes.

In de turnles draag ik de voorgeschreven turnkledij.

Ik neem mijn turnkledij regelmatig mee naar huis om te wassen.

Ik breng liefst alleen gezonde versnaperingen mee.

Als ik dorst heb, vraag ik water aan de groepsleerkracht.

5.1.3 Ik en zorg voor het milieu

Ik zorg mee voor een nette school.

Ik sorteer het afval en gooi het in de juiste container.

Ik draag zorg voor het groen op de speelplaats.

5.1.4 Ik en mijn taalgebruik

Op school spreek ik steeds Algemeen Nederlands.

Volwassenen spreek ik aan met meneer of mevrouw.

De leerkrachten noem ik "meester" of "juffrouw" en de directeur spreek ik aan met "meneer/mevrouw de directeur".

5.1.5 Ik en huiswerk

Ik maak mijn huiswerk en leer mijn lessen.

Wanneer ik dat niet heb kunnen doen, verwittig ik de leerkracht. Dit kan op volgen­de wijze:

- door een nota van mijn ouders in mijn agenda;

- door een briefje van mijn ouders.

Ik vul elke dag mijn agenda in en laat hem wekelijks (dagelijks) teke­nen door één van mijn ouders.

Wanneer ik om gezondheidsredenen niet mag zwemmen of turnen breng ik een attest mee naar school.

5.1.6 Ik en mijn materiaal

Ik draag zorg voor mijn kledij en mijn schoolgerei.

Ik kaft mijn schriften en boeken.

In mijn boekentas zit alles netjes bij elkaar en steekt enkel het nodige.

Ik zorg ervoor dat ik altijd het nodige schoolgerei mee heb, ook voor het zwem­men en de turnles.

Mijn boekentas staat op de aangeduide plaats.

Mijn fiets staat netjes in de fietsenstalling.

Ik bezorg verloren voorwerpen aan de groepsleerkracht.

5.1.7 Ik en spelen

Ik speel sportief en sluit niemand uit.

Ik breng geen speelgoed mee naar school dat gevaarlijk is en/of geweld uitlokt.

In de klassen, gangen en toiletruimtes speel ik niet.

Bij mijn aankomst op school ga ik onmiddellijk op de speelplaats en blijf er tot het belsignaal gaat.

Bij het belsignaal stop ik het spel en ga rustig in de rij staan.

5.2 Veiligheid en verkeer

5.2.1 Ik en toezicht

Ik kom 's morgens niet vroeger dan 7u.30 op de speelplaats.

Ik verlaat de eetzaal, de klas of de speelplaats niet zonder de toestemming van de toezichter.

's Middags of 's avonds ga ik in de passende rij staan of wacht ik op de speelplaats tot mijn ouders me komen afhalen. Ben ik 10 minuten na de laatste lestijd nog op de speelplaats, dan ga ik naar de opvang.

5.2.2 Ik en het verkeer

Ik neem steeds de veiligste schoolroute

Ik respecteer de verkeersreglementen.

Ik ben uiterst voorzichtig op de openbare weg.

Ik zorg ervoor dat mijn fiets tech­nisch in orde is.

anneer ik de schoolbus gebruik:

- ga ik direct na het opstappen zitten;

- pas nadat de bus stilstaat, sta ik op om af te stappen;

- bij het uitstappen, wacht ik tot de bus weg is om de straat over te steken.

5.2.3 Ik en veiligheid

Ik plaats niets voor nooduitgangen en versper geen gangen, trappen en in- of uitgan­gen. Ik ga rustig en ordelijk van en naar de klassen en op de trappen.

Ik ga niet naar plaatsen (bv. kelder, zolder, keuken,...) waarvan aangeduid is dat ik er niet mag zijn.

Ik raak geen elektrische toestellen aan zonder toestemming.

Ik raak geen onderhoudsproducten aan.

Als ik geneesmiddelen moet innemen, geef ik die 's morgens aan de leerkracht.

5.2.4 Wat te doen bij ongeval waarbij een kind van onze school betrokken is?

Ik verwittig onmiddellijk een volwassene.

Ik vertel:

- waar het ongeval gebeurd is;

- wat er gebeurd is;

- wie erbij betrokken is.

5.2.5 Wat te doen bij brand?

Bij brand zorg ik onmiddellijk voor een melding aan een volwassene.

Bij brandalarm verlaat ik onmiddellijk het lokaal via de uitgangen die we bij de oefening gebruikten, zonder lopen. Ik volg de instru­cties van de leerkrachten:

- ik verlaat de lokalen via de uitgangen die we bij de oefening gebruikten;

- ik laat al mijn materiaal achter;

- ik verzamel op de aangeduide en ingeoefende plaatsen.

5.3 Ik en het schoolreglement

5.3.1 Wat als ik de afspraken niet na­leef?

Ik krijg een mondelinge opmerking.

Ik krijg een schriftelijke opmerking in mijn agenda en mijn ouders ondertekenen.

Ik krijg een extra taak en mijn ouders ondertekenen.

Ik word naar de directeur gestuurd.

De leerkracht en/of de directeur neemt contact op met mijn ouders en bespreken mijn gedrag.

Ik word een tijdje afgezonderd (onder toezicht en minder dan één dag).

Indien ik de afspraken meermaals niet naleef, kan de directeur een tuchtprocedure starten.

5.3.2 Wat als de leerkracht zich vergist?

Ik vraag beleefd aan de leerkracht of het mogelijk is dat hij zich vergist heeft. Ik bespreek het voorval met de leerkracht, liefst onmiddellijk of tijdens de daaropvol­gende speel­tijd.

Indien de leerkracht er niet met mij over wil praten, vraag ik de bijv. directeur, zorgcoördinator,…) naar mijn zienswijze te luisteren. Hij zal dan na een gesprek met mij en de leerkracht een besluit treffen.